Volledig scherm
Leren blusemmers. Oss kocht er twaalf in 1754, drie jaar na de stadsbrand. © John van Zuijlen

Twaalf emmertjes en een tweedehands spuit moesten vólgende stadsbrand in Oss voorkomen

Stille getuigenAf en toe slaat de brandweer alarm zonder dat er brand is. Meestal gaat het dan om de bezetting van het corps. De vrijwillige brandweer zit soms hard verlegen om spuitgasten. Maar dat het ooit weer zover zal komen dat burgers zelf moeten helpen een brand te blussen, is uitgesloten. Zo erg is het nou ook weer niet. Maar ooit, in april 1751, toen Oss nog geen brandweer had, geen blusemmers, laat staan een brandspuit, moesten de Ossenaren samen de brand zien te blussen. 

Het was een stadsbrand nota bene. De eerste ramp waarmee Oss het landelijke nieuws haalde. Het gezamenlijk blussen ging ze niet goed af. Tweederde van de huizen binnen de stadsgracht werd verwoest. Zelfs de kerk. De toren bleef nog staan maar de spits viel ten prooi aan het vuur en zelfs de klokken waren gedeeltelijk gesmolten. 

Klompenmaker

Quote

Er was iemand naar Den Bosch gestuurd om de Bossche brandweer te laten komen. Die kwam pas de volgende ochtend

De brand begon 's middags om 1 uur in het schuurtje van een klompenmaker. Die bewaarde daar ook as die hij gebruikte om het land te bemesten. Vermoedelijk heeft er nog vuur in die as gezeten en is dat met iets brandbaars in aanraking gekomen. De klompenmaker bracht zonder alarm te slaan in allerijl zijn bezittingen in veiligheid. De buren dachten dat hij alvast met zijn verhuizing begonnen was die enkele dagen later zou plaatsvinden. Toen de omwonenden zagen wat er loos was, was er al geen houden meer aan. Het vuur verspreidde zich snel en zette tal van houten schuurtjes en rietgedekte huizen in brand. 

Het ging zo snel dat er om 4 uur al 98 huizen in brand stonden. De bewoners van de Heuvel vluchtten, met achterlating van hun bezittingen, naar weilanden buiten de gracht. Daar brachten zij ook de nacht door en vandaar ook zagen zij hun stad ten onder gaan. Er was iemand naar Den Bosch gestuurd om de Bossche brandweer te laten komen. Die kwam pas de volgende ochtend. Oss brandde toen nog steeds. Met behulp van de Bossche brandspuiten werd het vuur eindelijk bedwongen. 

Geen rieten daken

Het duurde een paar jaar voor Oss een eigen brandweerploeg op de been had. De eerste maatregelen werden echter al na 5 dagen genomen: er mochten voortaan geen huizen of schuren met rieten daken binnen de wal gebouwd worden. Belangrijk voor de wederopbouw die drie jaar in beslag zou nemen. 

Heel langzaam kreeg de brandbestrijding vorm. In 1753 werden zeven brandhaken aangeschaft, in 1754 twaalf leren emmers en in 1756 een brandspuit, gekocht van het kasteel van Oijen. Een eenvoudig exemplaar dat alleen spoot als je er emmers water in had gegooid. In 1757 kreeg Oss een reglement ter voorkoming van brand waarin ook de bediening van de brandspuit werd geregeld. Hiermee had Oss eindelijk zijn brandweer. Ook was er bepaald dat je niet meer met een brandende pijp op straat of vlakbij huizen mocht komen. Zodoende kreeg Oss als het ware, althans op papier, een rookvrij centrum. Oss was zijn tijd toen ver vooruit.