Volledig scherm
Lucas van Houtert © Ruud Ritzen

Lucas van Houtert: ‘We zijn het enige medium dat het nieuws van jouw straat tot het nieuws in Shanghai bij je thuis brengt.’

Even voorstellenLucas van Houtert is sinds 2016 hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. ,,Het is onze rol te laten zien wat er gebeurt in de regio waar de mensen wonen. We zijn een spiegel van de samenleving. Een bindmiddel voor Brabant.”

Als jongetje op de lagere school wilde hij iets met electrotechniek, of detective worden, maar iemand van heel bewuste keuzes is hij nooit geweest, zegt hij. Op de middelbare school zat hij in een vriendengroepje, dat naast het roken van zware shag veel plezier had in schrijven. Ze waren maatschappelijk betrokken, keken Koot en Bie, losten de wereldproblemen op en schreven soms zelfs heel deftig ‘een essay.’

Zijn vader was journalist bij het Eindhovens Dagblad. De romantiek van werken op een krant sprak hem meteen aan: drukpersen, rotzooi op bureaus, voeten op de tafel. Hij vindt het nog mooi, lacht hij. Hoewel hij altijd te weinig raad heeft gevraagd aan anderen, volgde hij toch een advies van zijn vader op: ‘de krant zoekt academici, ga een studie doen.’ Het werd geschiedenis in Nijmegen, waar hij in het blad van de studentenvereniging debuteerde met een verhaal onder de kop: ‘Zo draai je een taakgroep de nek om.’ Opgetekend uit de mond van een docent die door de organisatorische rotzooi om heen uit de slof schoot.’

Via De Gelderlander en het Eindhovens Dagblad, in functies als verslaggever, redacteur en chef, werd hij in 2016 hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Hoewel het AD hem door de jaren heen drie keer gevraagd heeft zei hij telkens nee. Hij vond de krant destijds ‘te flets en te vlak.’ Van Houtert: ‘En ik wilde liever voor een regionale- dan voor een landelijke krant schrijven. In de regio kun je dicht bij de mensen het verschil maken. Ik vind ook dat mensen in Goirle net zoveel recht op goede journalistiek hebben als in de Randstad.’

Volledig scherm
Lucas van Houtert © copyright Marc Bolsius

Hoeveel mensen maken de krant?

(Direct uit het hoofd): ’74,28 FTE. Dat zijn de mensen in vaste dienst. En ongeveer 150 freelancers.’

Wat is leuk aan je werk?

‘De inhoud, maar het is soms moeilijk daar genoeg ruimte voor te maken. Ik moest bezuinigen en een nieuwe organisatie neerzetten. Ik dacht daar in een jaar mee klaar te zijn, maar het duurde twee jaar. Een nieuwe redactiesysteem opzetten, de slag naar online maken, video introduceren, roosters uitbenen. Nu is mijn werk journalistieker, met meer aandacht voor de inhoud. Maar veel schrijven zou vaandelvlucht zijn. Ik moet waken over onze fte’s, overleggen in Tilburg over de nieuwbouw, meepraten over de edities in Tilburg, Den Bosch en Oss, aanspreekbaar zijn op de redactie en de nieuwsdag bespreken met de chefs.’

Wat is lastig?

‘Ik ben vastberaden, raak de draad onderweg niet kwijt en heb verstand van journalistiek. Lastig is inzicht in de bedrijfsvoeringskant. Helder krijgen hoe financiële stromen lopen. Als ik opnieuw een organisatie binnenkom, zou ik als eerste een presentatie laten doen over hoe de financiën ervoor staan. Zodat je precies kunt zien waar het geld aan wordt uitgegeven. Delegeren was ook lastig, maar dat heb ik inmiddels geleerd. Jarenlang trok ik eenzaam de kar voor vijftien verslaggevers, tot ik het losliet. Het aandurfde om ze zelf initiatief te laten nemen.’

Hoe kijkt de lezer naar je?

‘We hadden een dag over onze krant. In twee uur tijd waren er 1700 kaarten weg. “Ik  lees je rubriek altijd”, kreeg ik te horen, langzaam word je een herkenbaar iemand. Die wel met lezers praat, maar niet meer aan het eind van de dag gaat netwerken met notabelen in de stad. Die tijd is voorbij. Onze generatie draagt ook geen pakken meer, maar overhemd met spijkerbroek. De glans hebben we er zelf afgehaald. Het is nu mouwen opstropen en werken. De krant is ook geen meneer meer en dat vind ik niet verkeerd. We openen niet meer met: “De spanning loopt op in het Midden-Oosten”, en “Kabinet komt miljarden tekort.” We willen de mens zien en daarvoor moet je als journalist van je sokkel af. Geen pak met een das, maar iemand van vlees en bloed. Tussen de mensen staan en je ernaar gedragen.’

Volledig scherm
Brabants Dagblad © copyright Marc Bolsius

Krijg je veel e-mails van lezers?

‘Lezers kunnen me direct mailen. Heel veel klachten gaan over bezorging. Zó frustrerend! Iedereen die daarover klaagt heeft gelijk. Ik sta met mijn bek vol tanden. In een Carnavalsoptocht in Esch bij Den Bosch reed afgelopen voorjaar een wagen mee met als thema de slechte bezorging van het Brabants Dagblad. Vre-se-lijk. Maar het geeft ook aan hoe belangrijk die krant voor je is.’

Waar ben je trots op in je twee jaar als hoofdredacteur?

‘We maakten een prachtige onderzoeksproductie over chroom-6, de giftige verf die is gebruikt voor het schuren van treinen bij een project van werklozen in Tilburg. We zochten de slachtoffers op en wilden erachter komen of de verantwoordelijken konden weten dat dit giftige verf was.’ We hebben ook een monument over Q-koorts gemaakt. Q-koorts veroorzaakte 73 doden in Brabant, Limburg en een stukje Gelderland. In Nederland en in de politiek over het hoofd gezien, want het gebeurde ver van Den Haag. Het cijfer van 73 doden bestaat uit anonieme lijsten van ziekenhuizen. Wij hebben twee verslaggevers drie maanden vrijgemaakt en zijn nabestaanden gaan opzoeken. We hebben zoveel mogelijk slachtoffers een gezicht gegeven, door filmpjes en door verhalen. Voor veel Q-koorts slachtoffers is het Brabants Dagblad de enige organisatie die zorgt dat ze niet vergeten worden. Die ook zorgt dat er aandacht en geld uit Den Haag blijft komen., omdat wij laten zien waarom het nodig is. Het is onze rol te laten zien wat er gebeurt in de regio waar de mensen wonen. Wij verbinden ze met de wereld om hen heen. Het raakt ons bij de krant ook als we zien wat we voor mensen kunnen doen.’

Van een andere orde was jullie onthulling over de gang van zaken rond de burgemeestersbenoeming in Den Bosch. Hoe ging dat?

‘Ook daar ben ik trots op. Wij deden uit de doeken hoe kandidaat nummer 1 op het laatst toch voor Zaanstad koos. Daarna kwam de afluisteraffaire door het OM, op zoek naar het lek. Gesprekken van onze verslaggever zijn afgetapt. Zoals ook zijn gesprekken in een horecagelegenheid zijn afgeluisterd. Het was een daverende primeur, het OM ging tot drie keer toe door het stof. Onze lezers hebben er recht op te weten hoe zoiets verloopt en dat het niet kan in een rechtsstaat. Dat afluisteren van een journalist iets is voor een politiestaat.’

Hoe omschrijf je het Brabants Dagblad in het kort?

‘We zijn een spiegel van de samenleving. Een bindmiddel voor Brabant.’

Dat zijn de regionale omroep en de lokale sites toch ook?

‘Lokale sites worden met te weinig mensen gemaakt en er zit geen continuïteit in. Wij zitten veel dieper in de wortels van de samenleving dan de regionale omroep. Ons kun je ook vasthouden en op tafel leggen. Bij het Eindhovens Dagblad heb ik tijdens een tour van een half jaar, om het honderdjarig bestaan te vieren, in totaal 25.000 abonnees over de vloer gehad. Die mensen voelden zich echt lid van de krant, het zijn geen nieuwsconsumenten. Wij zijn een middel waardoor zij zich echt lid voelen van de wereld om zich heen. Het gaat heel diep. We zijn meer bindmiddel dan nieuwsbrenger.’

Geldt dat ook voor de lezers die jonger zijn dan 35 jaar?

‘Nee, bij die lezers zijn we nog een positie aan het verwerven en dat gaat vooral online. Het bereik online is in twee jaar tijd wel enorm toegenomen, het is meer dan verdubbeld.’

Hoe kan dat?

‘Iedere krant is halfslachtig geweest online. Nu pas pakken we het serieus aan. We hebben in Brabant 18 voltijds redacteuren bij elkaar gezet voor drie edities. We draaien daardoor roosters van zes uur in de ochtend tot na middernacht. Er zitten heel goede mensen op die alleen dit doen. We moeten wel zorgen dat jonge onlineredacteuren, op zoek naar bereik, niet altijd voor platvloerse taal en onderwerpen kiezen. Ze tikken een stukje en het staat er meteen op, zonder kritische eindredactie.’

Als het bereik oplevert wil de lezer dat blijkbaar.

‘Zo simpel is het niet. Journalistiek is ook een vak. Het Brabants Dagblad moet wel het Brabants Dagblad blijven. Lezers zijn van ons betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gewend, ook in ons taalgebruik. Daarmee onderscheid je je juist van gratis nieuws, hoewel wij ook een paar artikelen gratis online weggeven. Maar het is waar: voor iedereen onder de vijftig is de krant aanmerkelijk minder interessant. En voor iedereen onder de dertig nauwelijks. Maar ook die generaties geloven in goede journalistiek. Kijk naar Amerika. Omdat niemand daar meer weet wat waar is, worden traditionele media weer gezien als anker, dat veel mensen nodig hebben. Alles staat in deze tijd ter discussie. Dan val je terug op oude zekerheden. De krant is daarom relevanter dan-ie de afgelopen twintig jaar is geweest.’

Volledig scherm
Redactie van het Brabants Dagblad © copyright Marc Bolsius

Dan moet je wel nepnieuws feilloos van de feiten kunnen onderscheiden. Hoe doe je dat?

‘Onze betrouwbaarheid staat niet zo op het spel als in Amerika, schimpscheuten op social media daargelaten. Lezers vinden ons betrouwbaar. We schrijven niet zomaar iets op. We checken alles. We laten de tegenpartij aan het woord. Een eindredacteur kijkt kritisch naar een tekst voor die gepubliceerd wordt. Onzin komt er bij ons niet in. We bieden verdieping en duiding.’

Is nieuws op tv en op Facebook niet genoeg om op de hoogte te zijn?

‘Daar hoor je niets over je eigen omgeving. Wij bieden het hele palet, met sport en de wereld erbij. We zijn het enige medium dat het nieuws van jouw straat tot het nieuws in Shanghai bij je thuis brengt. Dat doen we met meer journalisten dan wie ook in dit deel van Brabant. Het gros van de omzet van De Persgroep komt van de regionale titels. In de regio wordt het geld verdiend. De lezer ziet ook dat we van het gebied houden waar we over schrijven. Dat betaalt zich letterlijk uit.’

Als je je eigenheid belangrijk vindt, wil je die graag bewaken. Hoe bevalt in dat licht de samenwerking met het AD?

‘Ik geneerde me een tijdje voor de magere krant die we maakten. Zo weinig nieuws en zo’n dun krantje in de zomer voor zoveel geld. De Persgroep heeft er een kloeke krant van gemaakt. De mensen die aanstoot namen aan de samenwerking met het AD zijn intussen weg of er aan gewend. De eerste pagina’s van de krant waren landelijk, alle regionieuws lag in het tweede katern. Dat hebben we veranderd. Op de eerste pagina’s ligt nu zoveel mogelijk regionaal nieuws. Je begint met wat je identiteit is.’

Is het duur om goede journalistiek te bedrijven?

‘Het is duur omdat de krant door mensen wordt gemaakt. Wij zijn een nutsvoorziening. We leveren het nieuws voor alle Brabanders, niet alleen voor onze betalende abonnees.. Via andere sites en media die het overnemen komt het tot ze. Als wij er niet meer zijn heeft niemand in de gaten hoe hard de wereld hier draait.’

Kun je met voorbeelden aangeven waarom je krant zo belangrijk is voor je regio?

‘De Tilburgse editie maakte verhalen over de burgeroorlog die daar is uitgebroken. Over de grote hoeveelheid winkels die hamburgers verkopen naar Amerikaans voorbeeld en wat dat met een winkelstraat doet. Wij signaleren dat, duiden het en geven er achtergrond bij. Als De Bijenkorf weggaat uit Den Bosch, schrijven we erover, omdat de binnenstad de huiskamer van je regio is. Je wilt weten wat en waarom daar iets verandert of van zijn plaats gaat.’

Waarom besteden jullie veel aandacht aan regionaal en lokaal politiek nieuws?

‘Je wil laten zien wie je bestuurt en wat de gevolgen zijn van de beslissingen die worden genomen. We brengen het veel dichter dan vroeger bij het gevoel van de mensen, dat doet namelijk iets met je. Je positioneert het in de straat, in je stad of in je dorp. Dan weet je als je het gelezen hebt waarom en waar je betaald moet parkeren. Of hoe je favoriete winkelstaat wordt ingericht. Het gaat rechtstreeks over waar je als burger mee te maken hebt.’

Hebben de lezers invloed op je krant?

‘Ja, door lezersonderzoek. In alle jaren heb ik één keer meegemaakt dat het tot een radicale koerswijziging leidde. We waren mooie, NRC Next-achtige, voorpagina’s aan het maken. Wij enthousiast, de vormgevers enthousiast, maar de lezers vraten het niet. Het lezersonderzoek was funest, de cijfers gingen hard achteruit. We zijn op veel traditionelere voorpagina’s overgestapt. Op basis van onderzoek verdwenen er ook rubrieken en wisselden we van columnist.’

Wat is de functie van een columnist in de krant?

‘Columnisten zijn heel belangrijk. Het is niet de reden om een abonnement te nemen, maar wel om de krant niet op te zeggen. Een columnist is je vaste vriend, aan wie je je geregeld kunt ergeren, of waar je van kunt houden. Dat is veel waard, het is een vast moment op de dag. En hoe vaker ze in de krant staan, hoe belangrijker ze voor je zijn.’

Wie is de meest gelezen columnist in de krant?

‘Dat is Tony van der Meulen. Tweederde leest hem.’

Waarom?

‘Hij komt al zolang bij je in de huiskamer dat het een vertrouwd gezicht is geworden. Het is fijn te lezen wat hij van iets vindt.’

Hoe zorg je dat je onafhankelijke journalistiek waarborgt?

‘Door te zorgen dat niemand grip op je heeft : van commercie tot degene over wie je schrijft. Rond de rel over de burgemeestersbenoeming is er nogal wat tegenwerking geweest. Ik ging daarom in mijn rubriek op tenen staan. Dan zie je als lezer dat wij ze rauw lusten, dat niemand kan bepalen wat wij in de krant moeten zetten.’

Volledig scherm
Goirle, hoofdredacteur Lucas van Houtert met bezorgster. © Dolph Cantrijn

Wie is die lezer?

‘Echtparen in plattelandsgemeenten, die al hun hele leven de krant lezen. Ze kunnen zich geen leven zonder krant voorstellen. Op de markt herken ik ze meteen: onopvallende kleding, echt dorps, sprekend in dialect, goed op de hoogte, ze hebben een mening maar lopen er niet mee te koop. Mensen van alledag, waar het grootste deel van de samenleving uit bestaat.’

Is sport belangrijk voor ze?

‘Vooral voetbal, maar ook de Tour de France en Jos Verstappen. Op de site komen mensen voor Willem II, FC Den Bosch, RKC Waalwijk en Top Oss. Daarover lees je alleen bij ons. En amateurvoetbal: wat heeft het eerste gedaan? Ik kijk nog steeds wat de club waar ik speelde heeft gedaan: RKVV Bergeijk.’

Dat lees je graag, maar veel mensen vinden de krant te negatief.

‘Over drugscriminaliteit kun je niet vrolijk schrijven, maar we zijn veel minder zuur dan vroeger. We schrijven veel over het goede leven in de dorpen en binnensteden. Maken vooraankondigingen van festivals, berichten over ontwikkelingen van winkelstraten. En zetten de mens centraal. We zijn uit de ivoren toren gekropen, dichtbij de mensen, minder arrogant. De mens centraal omdat andere mensen, andere apen, het beste voertuig zijn om je verhaal te vertellen. Een verhaal komt dichter bij je als je ziet waar een ander mee te kampen heeft.’

Wat mis je nog?

‘Er mag van mij wat meer pissigheid en boosheid in op iedereen die iets onder de pet probeert te houden. Ik ben ervan overtuigd dat je daar op lange termijn ook nieuwe lezers mee aantrekt. Maar bovenal doe je dan waartoe je op aarde bent: vertolken hoe de vork in de steel zit.’

Lucas van Houtert

Geboren: 1969, Bergeijk.

Opleiding: 1988-1994: geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen.

Werk: 1994-1996 Redacteur KU Nieuws.

1996-1998 Verslaggever stadsredactie Nijmegen De Gelderlander.

1998-2001 Parlementair Redacteur De Gelderlander/VNU Dagbladen.

2001-2007 Eindredacteur binnen-buitenland Eindhovens Dagblad.

2007-2016 Redactiechef Eindhovens Dagblad.

2015-2016 Plaatsvervangend hoofdredacteur Eindhovens Dagblad.

2016-heden Hoofdredacteur Brabants Dagblad.