Volledig scherm

Gastblog: dijkverlegging Brakel

De raad van Zaltbommel heeft de dijkverlegging in Brakel uit de structuurvisie Waalweelde geschrapt. Herinnerd werd aan het Debacle van Brakel, Rudie van Meurs’ verhaal over dijk, dorp en overheid. Veertig jaar later zijn er andere spelers, het verhaal blijft hetzelfde, beschouwt René Poorter.

Er wordt een veldslag geleverd in de Brakelse Benedenwaarden en in de polder Munnikenland. De combinatie Van Oord – GMB graaft met groot materieel geulen in de uiterwaard en legt met de grond die vrijkomt de Wakkeredijk aan. Zodra deze nieuwe verdedigingslinie tegen hoogwater uit Duitsland klaar is, wordt de oude afgegraven. Die werd in 1972 dwars door de buitenpolder het Munnikenland aangelegd, ook door Van Oord, voor 5,5 miljoen gulden.
Het huidige project kost 65 miljoen euro. Het doel is 11 centimeter verlaging van de waterstand bij een afvoer van de Rijn in Lobith van 16,000 m3/s. Op die afvoer wordt sinds 2001 de dijkhoogte berekend.
Nu wordt voor de Wakkeredijk het tracé gevolgd dat al in 1972 werd overwogen voor de toen aan te leggen dijk. Toen werd gekozen voor het agrarisch belang. Nu wordt alles 'nieuwe natuur'.
Maar in de Benedenwaarden wordt het grootste oppervlak 'glanshaverhooiland' dat we in Nederland hadden afgegraven. Uit Munnikenland moet een boer weg die er 30 hectare vruchtbare grond bebouwt. De terp waarop zijn huis staat, wordt al eeuwen bewoond en lag vóór 1972 buitendijks. Nu huis en bedrijf opnieuw buitendijks komen te liggen, wordt hij onteigend. Een groot contrast met de Overdiepse polder: daar worden nieuwe terpen voor de boeren als bijzonder innovatief gepresenteerd.
De Overdiepse polder wordt een '​groene rivier' die bij hoogwater met de Bergse Maas meestroomt. De buitenpolder Munnikenland was al een '​groene rivier' vóór 1972, die bij hoogwater met de Waal meestroomde. Die situatie wordt met de dijkteruglegging hersteld. Maar het boerengezin wacht helaas een '​Babylonische ballingschap'.
De dijkverleggingsplannen in de provinciale structuurvisie Waalweelde West lopen ver vooruit op een mogelijk extreme Rijnafvoer van 18,000 m3/s in 2100 (klimaatverandering). Alleen het hydraulisch rendement telt. Verder zijn de plannen weinig doordacht. Bij een dijkverlegging tussen Hurwenen en Zaltbommel zou de vuilnisbelt in de rivier komen te liggen. De gevolgen van de 'bypass'​ Haaften zijn zo ongewis, dat dit op de lange baan is geschoven.
Bij de dijkverlegging Brakel werd gedacht dat alle woningen al waren gesneuveld bij de dijkverzwaring in 1974-1975 en geen beletsel zouden zijn om de bestaande veilige dijk af te graven. Door aanleg van de 'bypass' Varik-Heesselt belanden de bewoners in een badkuip die bij een dijkdoorbraak fataal snel vol kan stromen.
Extreme afvoergolven van de Rijn worden in Duitsland gedempt door retentiemaatregelen en ongecontroleerde overstromingen. Daardoor wordt de maatgevende afvoer van 16,000 m3/s, waarop de dijkhoogte is berekend, afgetopt tot 14,500 m3/s bij Lobith. Dat geeft de komende vijftig jaar ruimte om gevolgen van klimaatverandering op te vangen.
Een veel groter en acuut probleem is of de dijken wel stabiel zijn: daaraan moet hard gewerkt worden. Vasthouden aan 18,000 m3/s, zonder rekening te houden met een range van uitkomsten, beter inzicht in klimaatontwikkeling of met nieuwe technologie, vergroot het risico van 'spijt-maatregelen'. Dan blijkt een 'bypass' toch overbodig te zijn geweest, of wordt na 40 jaar de dijk maar weer afgegraven.

BD gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement