Volledig scherm
Ellen Gerritsen

Stadsportret: Ellen, knokken tegen kanker

Do 8 nov: Het was laat geworden de nacht ervoor, bij het optreden van Anathema. De show waarvan ze dacht dat ze na twee noten alweer naar buiten zou rennen. De band die ze het allerlaatst met broer Sander zag. Voor hij vorig jaar juli overleed.

Heftig was het, maar ze bleef. En bij thuiskomst was ze zo hyper dat ze niet meer kon slapen. ’s Morgens weer vroeg op voor dochter Madelie (5), vierenhalf uur slaap achter de kiezen. Het eerste antwoord van het interview, bestaat daarom uit twee woorden. Onsamenhangende.

Ze herpakt zich. “Jij maakt er wel volzinnen van hé?”, grijnst Ellen Gerritsen (35).

Vloeiende volzinnen produceert ze even later zelf, zodra ze op stoom is. Wanneer ze vertelt over de stichting No Guts No Glory, waar ze directeur van is. De Tilburgse is rap van tong en na wat koffie zelfs vlijmscherp. Barst nu en dan in onbedaarlijk lachen uit, vooral om zwarte humor.

Een tattoo van een hartje siert haar pols: een ontwerp van haar dochter. Het verwijst naar de hartjes die zij en haar broer elkaar stuurden. Haar beste vriend. Over de laatste drie die hij stuurde, deed Sander een kwartier.

Vanwege die smerige kutziekte: kanker.

“Dat van die hartjes gaat niet te zoetsappig klinken toch, in dit interview.” Want een ‘bloemenkind’ is ze allerminst, laat dat duidelijk zijn.

Ze is er beducht voor: om te zweverig te klinken. Het goede doelen-landschap zelf zit berstensvol met meelijopwekkende stichtingen en vage doelstellingen. In een hoek waar leed euro’s losweekt, bijvoorbeeld met foto’s van terminale mensen. En zo wil No Guts No Glory juist niet zijn. Integendeel.

Want NGNG is een stichting in de geest van Sander.

Zelf was hij de eerste begunstigde. Een manier om tienduizenden euro’s bij elkaar te krijgen voor een behandeling die in Nederland niet werd vergoed. Alle ingewikkelde medische termen, de complexe behandelingen, wat ze zijn en waren, ze doen er voor dit verhaal niet toe. Wel dat hij vijf jaar leefde na de mededeling dat hij ‘niet lang meer had’. En al werd de beer van een kerel die haar broer was wel wat magerder, hij bleef positief.

Opgeven? No fucking way. Niks te verliezen, en er dus helemaal voor gaan. Sanders levensspreuk: No guts no glory.

Die positieve wending komt terug in de manier waarop de stichting, inmiddels met zijn zus aan het roer, opereert. Een van de begunstigden is op dit moment Judith, een moeder van twee. In plaats van tranen trekken met een foto van Judith met haar kinderen op de site, pakt NGNG het anders aan. “Het is al heftig en zwaar voor haar en de mensen om Judith heen, dat willen we niet benadrukken. We laten juist zien wat mensen wel kunnen doen.”

Het netwerk rond Judith activeren bijvoorbeeld. Haar vriendinnen organiseren nu een speelgoedbeurs om geld in te zamelen. Acht van de dames gaan in een NGNG-shirt naar Paul de Leeuw, om aandacht te vragen voor het goede doel. “Dat zijn dingen waardoor ook de betrokkenen zich minder machteloos voelen.”

Ondertussen zamelt NGNG geld in op haar eigen manier. Een vriend van Ellen liep van Nederland naar Rome. Zelf probeert ze de stichting onder de aandacht te brengen door bekende muzikanten in NGNG-shirts te laten optreden, shirts die ze ook verkoopt. Zo stond de frontman van Anathema in zo’n shirt op het podium, recentelijk was het shirt bij John Coffey op het podium te zien.

En ze organiseert evenementen die mensen aanspreken. Optredens, feestjes, met op de achtergrond het goede doel. Neem No Drinks No Glory, vrij vertaald was dat ‘dronken worden voor het goede doel’. Met optredens van Boef & De Gelogeerde Aap, Ellen achter de bar. En katers die waarschijnlijk nog nooit zo’n welvoldaan gevoel hebben gegeven.

Ze bruist, heeft geen rem als ze ergens voor gaat, schetsen mensen om haar heen. Nooit saai rond Ellen. Te veelzijdig om in een paar steekwoorden te vangen. Staat net zo puur in het leven als in haar werk voor de stichting. Juist daardoor krijgt ze veel voor elkaar.

Bovenal inspireert ze. Geen wonder dat ook festival Incubate haar stichting koos als het officiële goede doel. Dat ze nu zelfs in de Viva top 400 vrouwen van Nederland is opgenomen. En ook een nominatie voor de Tilburgse Smc013-award op zak heeft. Vanwege de frisse manier waarop ze met social media omspringt. Hoe ze mensen bij elkaar brengt en verbindt.

Het blijft haar verbazen.

Ze vindt de aandacht voor haar persoon moeilijk. Als gezicht van de stichting, terwijl het om No Guts No Glory gaat. Is ze eigenlijk te bescheiden en te nuchter voor. Dat mensen straks denken: ‘Kijk daar heb je haar weer, interessant aan het doen’.”

Toch: aandacht voor haar, is aandacht voor de stichting. ‘Zit binnenkort aan tafel bij @dwdd te praten over @stichtingNGNG alleen weten ze dat daar nog niet’, vermeldt haar Twitterbio. Ze lacht als die ter sprake komt. “Doodeng, als het er van komt zou ik er alleen maar schaapachtig zitten te lachen.”

Pasgeleden nog, kwamen er twee onbekenden op haar af. ‘Of ze dat meisje van die stichting was?’ “Sta ik te giebelen ‘ja dat ben ik’. Terwijl ik eigenlijk professioneel in de weer moet zijn, met flyers in mijn handen terugwuiven enzo.” Weer die grijns: “Een goed geoliede machine ben ik niet nee.”

Neem haar laptop: het ding ratelt, kucht. Ze zet hem om het uur uit, voor het zichzelf opblaast. Een stuk elektronica met het gebruiksgemak van een kleitablet.

Het is zwaar, het werk voor de stichting, naast haar baan, het zorgen voor Madelie. Afgelopen weekend had ze een paar dagen haar mail uit staan, voor de rust. Maar dat blijft moeilijk: er zijn nog talloze dingen te doen, moet nog zoveel gebeuren. “Als je een leven kan verlengen, met een maand, een jaar, dan is dat zo waardevol. Het is heel moeilijk om het werk voor de stichting even stil te zetten.”

Ze lacht veel, en makkelijk, praat open over haar verdriet. Toch: “Ik kan er nu over praten, maar morgen kan dat weer heel anders zijn.” Ze heeft een trauma, absoluut. Wal wil je als je je broer op zo’n jonge leeftijd verliest.

Het verdriet is nog vers, maar instorten is geen optie. Ze heeft een dochter, een leven. Daarbij: zo zit ze niet in elkaar. “Dit werk voor de stichting is geen uitvlucht. Ik mis hem elke dag, maar je kunt niet eeuwig blijven rouwen. Ik zet het om in iets constructiefs.”


--------------------------------------------------------------------
Tot slot: eigenlijk zou het interview boven de lijn ophouden. Maar goed: u moet nog even stemmen. Binnenkort bij Smc013 en nú bij de Viva. Even registreren bij die laatste: kleine moeite. Nu Stadsgezicht (lees: twee mannen van in de dertig) overtuigd Viva-lid is, kunt u dat ook. Hop hop!