Volledig scherm
De varkens van Den Elshorst lopen op terrein van het Brabants Landschap. Op de achtergrond Ben Bruurs en Thea Moonen. © Joris Buijs / Beeld Werkt

Varkens van Den Elshorst bestrijden onkruid

Ben Bruurs wilde geen tussenhandelaren meer bij de verkoop van zijn vlees. Zijn oplossing: weidevarkens bij De Utrecht.

Een van de varkens spitst zijn oren. Daar komt de boer. Hij zet het op een lopen. De rest volgt. Met flapperende oren rennen ze naar het hek, waar Ben Bruurs en zijn vrouw Thea Moonen net overheen stappen. Het zijn de varkens van Den Elshorst, de boerderij, prachtig gelegen in de Kempen, aan de Esbeeksedijk in Baarschot. Aan de rand van landgoed De Utrecht. Varkens in de wei, je ziet het niet vaak meer. Maar daar komt – als het aan boer Bruurs ligt – verandering in.

Aan de keukentafel vertelt het echtpaar over het bedrijf en de plannen. Bruurs nam de boerderij 25 jaar geleden over van zijn ouders, toen nog een ‘gewone varkensboer’ met zo’n honderd zeugen. Al snel besloot het stel het over een andere boeg te gooien. In 1989 werd een stal omgebouwd tot groepsaccommodatie „Langzaam heeft zich dat uitgebreid.” Met excursies, huifkartochten, proeverijen en het populaire ‘biggetjes knuffelen’. Later volgde ‘het huisje op de hei’, een stukje verderop, geschikt voor tien personen. Niet zonder succes, vertelt Thea. „De mond-tot- mondreclame is groot. We zien veel mensen ook terugkeren. We krijgen hier van alles over de vloer. Pas nog kwam hier een geoloog voorbij gewandeld. Er blijkt hier een breuklijn te lopen. Hij vroeg of hij nog een keer terug kon komen met een aantal geologen.” Ze lacht. Niet veel later leidde ze 25 geologen rond over het bedrijf.

Vijf jaar geleden besloot het echtpaar het roer om te gooien. Bruurs: „De tendens in de varkensbedrijf is alleen maar groter, opschalen. Dat past ons niet.” Hij besloot het varkensvlees niet meer aan de handelaar te verkopen. „Ik wilde die tussenschakels er uithalen. Vlees is duur genoeg maar de marges voor ons waren flinterdun.” Ze besloten in eerste instantie <NO1>van zijn<NO>weidevarkens – die in de wei met de opvallende plaggenhutten rondscharrelen – zelf te verkopen. Al snel volgden verkooppunten in verswinkels. Het vlees van Den Elshorst duikt op in diverse streekproductenpakketten, zoals van Boerschappen in Breda. Ook in Amsterdam en omgeving wordt het weidevlees van de Kempische varkens gegeten.

Leuke dag

Bruurs: „We hebben nu ook een lijntje naar Amsterdam. Er zijn zelfs mensen die er een leuke dag van maken en hier een pakket komen halen.” Zijn vrouw vult aan: „Steeds meer mensen willen weten waar het voedsel vandaan komt. Daar past ons bedrijf uitstekend bij. Ze kunnen de varkens hier zelf zien rondscharrelen.” Maar, zo zegt Bruurs, makkelijk was het begin niet. „We voelen nu pas de wind in de zeilen.” Per week wordt zo’n 1.500 kilo vlees verkocht, 16 varkens per week.

Er is meer. De weidevarkens, naast landgoed De Utrecht, lopen op het terrein van Brabants Landschap. Een experiment. De varkens leggen de grond om, maken de grond ‘zuiver’. „Het zijn de beste onkruidbestrijders.” Bruurs zaait er straks graan en bloemen in, wat vervolgens weer goed is voor de biodiversiteit in het gebied. „Op de slecht verteerde mest komen muizen af en dat trekt weer reigers en roofvogels. Zo is het cirkeltje mooi rond.”

Regelgeving

Het klinkt goed, het weidevarken als natuurbeschermer, maar, zo weet Bruurs: dat gaat zomaar niet. Varkens buiten zetten is een ander verhaal dan koeien of schapen. De gecompliceerde regelgeving rondom de varkenshouderij maken zijn plannen verre van eenvoudig. „Maar Brabants Landschap staat gelukkig open voor innovatie.” Hij hoopt dat zijn varkens in de nabije toekomst ook naar andere percelen in de omgeving kunnen. Voor een zeug met nakomelingen is ongeveer 1 hectare grond nodig om rond te schoefelen. De agrariër lacht. Hij heeft zich de laatste tijd goed verdiept in natuurbeheer, in de natuurdoelen van provincie. En Bruurs ziet de nieuwe samenwerking tussen zijn varkens en de natuur helemaal zitten. „Dat hoort nu eenmaal bij ondernemen, blijven zoeken naar nieuwe kansen.”