Publieke omroep hoeft niet langer te bestaan uit drie ouderwetse netten

De verplichting voor de publieke omroep om drie traditionele landelijke televisienetten en vijf radiozenders te verzorgen, wordt geschrapt. Dat blijkt uit de langverwachte mediabrief die minister Slob vanmiddag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. 

Volgens het kabinet kan op die manier budget vrijkomen voor gerichtere programmering voor bepaalde doelgroepen die vooral via ‘non-lineaire’ kanalen, zoals internet, apps en specifieke kabelzenders, bereikt kunnen worden. Denk allereerst aan jongere kijkers.

,,De centrale vraag zou moeten zijn: welk aanbod beantwoordt aan de publieke taken en de behoefte van het publiek. En vervolgens is de vraag hoe je dat aanbod het beste bij kijkers en luisteraars krijgt en om welke vormen en platforms dat vraagt", aldus minister Slob. 

Sowieso vindt het kabinet een groot aantal kanalen geen doel op zichzelf. ,,Het aantal themakanalen op radio en tv zou teruggebracht kunnen worden.” Koepel NPO zal het pakket aan aanbodkanalen ‘kritisch door moeten lichten en scherpere keuzes moeten maken’ welke echt nodig zijn.

Toegevoegde waarde

De huidige aspirant-omroepen hoeven straks maar 50.000 leden te hebben (nu 150.000) om door te mogen gaan. Als clubs zoals WNL, PowNed en HUMAN maar wél aan de eis voldoen dat ze iets extra hebben bijgedragen in de afgelopen periode. Voor bestaande omroepen gaat de ledeneis van 100.000 gelden, voor nieuwkomers blijft de grens op 150.000 liggen. 

Verder moeten omroepen vanaf 2027 niet meer alleen voldoen aan de eis van een bepaald aantal leden, maar is het de bedoeling dat ze ‘hun worteling in de samenleving’ ook op andere manieren aantonen. Bijvoorbeeld door maatschappelijke samenwerkingen aan te gaan. 

Omroepen zullen straks ook tussentijds moeten verantwoorden hoe zij bijdragen aan een zo divers mogelijk omroepbestel. De organisaties zijn hierop afrekenbaar. Ook vraagt het kabinet zich af of een lidmaatschap voor slechts 5,72 euro per jaar nog voldoende betekenis heeft. Slob wil daarom het minimumbedrag verhogen. Met hoeveel is niet duidelijk. 

Deal coalitie

Anderhalve week geleden werd al bekend dat de regeringscoalitie na lang praten een deal had bereikt over de toekomst van de publieke omroep. Zo zal er op tv geen reclame meer te zien zijn tot 20.00 uur ‘s avonds en online helemaal niet meer. Ook verandert NPO3 van een nationale naar een grotendeels regionale zender.

In totaal kost het de publieke omroep 60 miljoen euro per jaar om op deze manier reclamevrij te opereren. Daarvan wordt 25 miljoen opgehoest door de overheid; het overgebleven tekort moet de publieke omroep zelf opvangen zonder de programmering te schaden. Daarnaast gaat er nog 15 miljoen naar (regionale) programmering. 

Per saldo moet er volgens de kaasschaafmethode richting 2025 gemiddeld 42 miljoen euro op jaarbasis worden bezuinigd (variërend van 31 tot 59 miljoen per jaar) op overhead; de vaste lasten van de eigen organisatie. In de plannen worden daarnaast de budgetten van de omroepen herzien. 

Minder te besteden

Uiteindelijk krijgt de publieke omroep minder te besteden, een wens van meerdere coalitiepartijen. ,,Er ligt nu eindelijk een plan dat ervoor zorgt dat de publieken wél op de toekomst zijn voorbereid en dat de pluriformiteit van de publieke omroep garandeert’’, aldus een Haagse ingewijde.

Bekend was ook al dat het derde net Regio 3 gaat heten en vooral regionale programmering gaat uitzenden. Het is volgens het kabinet ook de bedoeling dat deze programma‘s beschikbaar komen voor terugkijken via de dienst NPO Start. 

De uitgebreide betaalversie, NPO Start Plus, moet anders worden opgezet, vindt het kabinet. De dienst mag zich in de toekomst enkel nog toeleggen op het langer beschikbaar houden van programma’s dan de wettelijke verplichte zeven dagen, tegen een kostendekkend tarief.

Diepgravende journalistiek

Verder wil het kabinet in de wet nadrukkelijker vastleggen dat de publieke omroep een specifieke taak heeft om (onderzoeks)journalistieke producties en programmering te verzorgen. ,,Diepgravende journalistiek is als tegenmacht in onze democratische rechtsstaat onmisbaar.”

Tot slot blijven de hoge beloningen bij de omroepen een doorn in het oog voor het kabinet. Hier moet een einde aan komen, meldt Slob. Hij zal met de NPO spreken over verdere afbouw van het aantal medewerkers boven de gestelde maxima. Ook komt aan de orde hoe om te gaan met constructies waarbij presentatoren zich – via een bedrijf - laten inhuren.

Zorgen

NPO-voorzitter Shula Rijxman reageert: ,,Een eerste blik op de voorstellen neemt onze zorgen over de financiering niet weg. De maatregelen kunnen leiden tot opnieuw een grote bezuiniging, die onze hele programmering en programmamakers hard zullen raken. De mediaplannen van het kabinet bieden helaas niet de gehoopte lange termijn zekerheid voor een stabiele publieke omroep voor iedereen.”

Deze maatregelen zullen de publieke omroep volgens Rijxman minder slagvaardig maken en vooral ten koste gaan van het programma-aanbod voor jongeren. ,,Zeker als NPO 3 wordt omgevormd tot een regiozender zal ons bereik onder jongeren drastisch afnemen en jong talent steeds minder kansen krijgen bij de publieke omroep.”

Volledig scherm
De publieke omroep krijgt financieel een klap, blijkt uit de mediabrief van minister Slob © ANP XTRA