Volledig scherm
In 2007 vierden de speelsters van HC Den Bosch hun tiende kampioenschap. Wordt dit jaar de twintigste gepakt? © ANP/EVERT-JAN DANIELS

Twintigste titel voor HC Den Bosch zou heel knap zijn, maar niet uniek

De vrouwen van HC Den Bosch beginnen vanavond in de play-offs tegen SCHC aan hun missie om de 20ste landstitel sinds 1998 binnen te halen. Zo’n prestatie moet haast wel uniek zijn, zou je denken. Nee hoor, de Nederlandse sport kent meer veelvraten. Sterker nog, er is een ploeg waar de Bossche dames nog niet aan kunnen tippen.

De waterpolosters van De Robben. Nooit van gehoord? Dat kan kloppen,want de hoogtijdagen van de Hilversumse vrouwen liggen al ver achter ons. Niettemin is (en blijft) het indrukwekkend wat De Robben heeft neergezet: tussen 1946 en 1975 pakte de club 28 van 29 mogelijke landstitels. In 1948 werd niet om het landskampioenschap gespeeld, in 1965 moest De Robben de titel laten aan de buren van HZC, waarmee het in 1971 fuseerde.

Ook de mannen waren destijds een grote naam in het Nederlandse waterpolo en vierden meerdere kampioenschappen, maar anno 2019 wordt er geen topsport meer bedreven in de Hilversumse baden. De mannen spelen anoniem in de tweede klasse, het eerste damesteam is opnieuw gefuseerd en degradeerde recent uit de eerste klasse.

Beter gaat het met de honkballers van Neptunus. De Rotterdammers houden sinds het eind van de vorige eeuw bijna gelijke tred met de dames van Den Bosch. Na landstitels in 1981, 1991, 1993 en 1995 zette Neptunus sinds 1999 een imponerende reeks neer door vijftien keer de hoofdklasse te winnen. Ook dit jaar gaat het goed met Neptunus, dat de ranglijst aanvoert. Al gaat de competitie nog tot diep in de zomer door.

Gevallen op zich

Maar laten deze reeksen van zeer dominante teams zich nu eenvoudig vergelijken? Dat is heel lastig, zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. ,,Want waar ga je precies op zoeken?” Je hebt met drie verschillende sporten te maken waar andere capaciteiten worden gevraagd. Bovendien zijn de prestaties - afgezien van Den Bosch en Neptunus - in verschillende tijden geleverd. En met welke tegenstand hadden de teams te maken? Van de Vooren: ,,Het zijn allemaal gevallen op zich. Ongetwijfeld zijn er dingen die elkaar overlappen, maar het is lastig om aan te geven hoeveel parallellen er zijn.”

Een tweede vraag: hoe erg is dit voor een sport? ,,Ik weet niet of het per definitie erg is”, zegt Van de Vooren. ,,Maar lastig is het wel. Het spanningselement verdwijnt en daarmee neemt de belangstelling af. Dat zag je toen Michael Schumacher zo dominant was in de Formule 1. En waarom denk je dat er steeds minder mensen naar schaatsen kijken?”, wijst hij naar de prestaties van Sven Kramer. ,,Als dit jaar een andere club landskampioen hockey wordt, dan zal daar waarschijnlijk bij Studio Sport wat langer over gepraat worden dan normaal. Maar daardoor zullen er volgend seizoen niet ineens honderden mensen meer langs de lijn staan.”

Dat is ook niet erg, want de belangstelling in hockey is volgens de historicus ‘net zo stabiel als het stemmersaantal van de SGP’. ,,Het interessante aan hockey is vooral de breedte ervan, want daarin gaat het goed. Het aantal hockeyers in Nederland is de laatste twintig jaar gestegen en het blijft een populaire sport. Dus als bond zou ik me geen zorgen maken.”