Volledig scherm
De nieuwe tentoonstelling Opgegraven Strijd in het Noordbrabants Museum. © Marc Bolsius

In het Noordbrabants Museum woedt de oorlog

DEN BOSCH - Met de tentoonstelling Opgegraven Strijd heeft het Noordbrabants Museum in Den Bosch een primeur in huis. Niet eerder leidde de archeologie van de oorlog tot een expositie met 700 verschillende objecten.

Een bonte verzameling roestige helmen, geweren, vliegtuigmotoren, schedels, veldflessen en zelfs voorname kunstvoorwerpen. Hoe uiteenlopend ze ook mogen zijn, ze worden bijeen gehouden door een soort ondergronds verbond. Al het uitgestalde materiaal is ooit opgegraven uit de bodem van verschillende strijdperken. Allemaal oorlogsafval dus.

Oorlogsverhalen
Van de slagvelden van de Romeinen bij Lith, naar de vers gedolven kruithoorns uit de tachtigjarige oorlog bij Hulst, tot aan het scheermes en de lepels en vorken van joodse gevangenen van Kamp Vught. De oorlogsverhalen en getoonde objecten beslaan weliswaar een periode van 2000 voor Christus tot 2000 erna, maar de nadruk ligt op de Tweede Wereldoorlog.

De expositie laat zich lezen als een boek waar we in tien hoofdstukken langs verschillende oorlogsgebieden geleid worden. Dat er ooit een strijd gewoed heeft, is vaak pas te zien als de bodem van zo’n voormalig strijdtoneel zijn geheimen prijsgeeft.

Meer aandacht
Het resultaat van al die inspanningen is te zien in de vitrines. Daar omheen veel tekst, filmpjes en uitleg over de verschillende oorlogbodems, het onderzoek en de opgravingen zelf. ,,De nadruk ligt op de oorlogsarcheologie die de afgelopen jaren alleen maar meer aandacht krijgt", stelt archeoloog Evert van Ginkel, die samen met zijn collega Arjen Bosman de tentoonstelling samenstelde.

Opgegraven Strijd opent zaterdag met een breed publieksprogramma met lezingen en rondleidingen. Jonge bezoekers vanaf zes jaar kunnen zelf als archeoloog aan de slag. De expo is te zien tot en met 14 mei.

Lees een uitgebreid verhaal over Opgegraven Strijd in het Brabants Dagblad van vrijdag 27 januari.