En langs het tuinpad van m'n vader....

Wim Sonneveld zou vandaag 100 jaar geworden zijn. Op naar Den Dungen, een slaperig plaatsje in Brabant waarop de iconische tekst van Het Dorp het meest van toepassing lijkt. Het tuinpad is er, de slagerij, en Mien met haar plastic rozen.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart 
waarop een kerk een kar met paard 
een slagerij J. van der Ven. 

Een kroeg, een juffrouw op de fiets
het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets,
maar 't is waar ik geboren ben. 

,,Misschien had ik mijn zaak toch slagerij J. van de Ven moeten noemen'', overpeinst slager Jan-Willem van de Ven in zijn winkel in Den Dungen. Kijk, die r bij het tussenvoegsel 'de', die kan hij vergeten. Maar de J als voorletter, die kreeg hij zomaar van zijn ouders. Een cadeautje dat hij nooit heeft uitgepakt.

,,Ik heb één vaste klant in het dorp en die zegt vrijwel dagelijks tegen me dat ik die J had moeten gebruiken. Dan was het Wim Sonneveld-gevoel compleet geweest.''

Quote

Misschien had ik mijn zaak toch slagerij J. van de Ven moeten noemen

Slager Jan-Willem van de Ven

100ste geboortedag

Genoeg over die letters. Hier gaat het om: op de 100ste geboortedag van Wim Sonneveld, vandaag, houden we het belangrijkste deel van zijn artistieke erfenis tegen het licht. Sonnevelds partner Friso Wiegersma mijmerde 51 jaar geleden de woorden bij elkaar van Het Dorp, dat nog hoog in de Top 2000 staat (vorig jaar op plek 55). Het moderne dorpse leven in de jaren 60, vol weemoed vergeleken met het kalme bestaan van een paar decennia eerder. Maar hoe is dat nu, in 2017? Is er nog iets terug te vinden van de woorden van Sonneveld?

We hadden natuurlijk naar Deurne kunnen gaan, de plaats waar Sonneveld en Wiegersma opgroeiden. Maar Deurne is met ruim 30.000 inwoners allang geen dorp meer. En heeft bovendien geen slagerij Van de(r) Ven.

Die staat dus hier, in Den Dungen, 50 kilometer noordelijker in Brabant - pal naast Maaskantje - én nog echt een dorp. Zonder stoplichten. Met witte onderbroeken wapperend aan de waslijn in de tuin. Met verenigingsleven en middenstand.

Glunderen

Van de Ven glundert achter zijn toonbank: anderhalf jaar zit hij nu hier met zijn zaak en daar kan hij goed van leven. Een groot deel van de 5.000 inwoners haalt hier vlees en - tijden veranderen meneer - macaroni, bami en nasi.

Woensdag is nog altijd gehaktdag, maar de weekaanbieding verkochten ze nog niet toen Het Dorp uitkwam: een beef-mango rol: malse runderschnitzel gevuld met perzik (geen mango) en omwikkeld met spek.

Over omzet en winst hoor je Van de Ven niet klagen, al ondervindt hij steeds meer concurrentie van de Jumbo iets verderop. ,,Kwestie van niet te veel inkopen. Vroeger lag het vlees gestapeld in de vitrine, nu maar één rij hoog. Wat overblijft, moet grotendeels worden weggegooid en dat is zonde.''

Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
de boerenkind'ren in de klas,
een kar die ratelt op de keien,
het raadhuis met een pomp ervoor,
een zandweg tussen koren door, het vee, de boerderijen.

En langs het tuinpad van m'n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter,
dan dat nooit voorbij zou gaan.

Zonder pomp

Tegenover de slagerij: het raadhuis van Den Dungen. Zonder pomp, maar met een beeld van een boerin met een korf in haar arm. Het staat er sinds 1980, maar in 37 jaar is er nog geen titel voor verzonnen.

De zandwegen zijn geasfalteerd, de keien vervangen door keurig gelegde stenen, een kar rijdt hier zelden nog voorbij. Kinderen fietsen van school naar de boerderij. De kleintjes naast hun moeder, de middelbare scholieren alleen (met muziek in hun oren) of dollend met vrienden.

Bij de boerderij waar zijn dochter tegenwoordig woont, hooit Frens van den Biggelaar (71) op het land. Met de hand, ondanks het warme weer. ,,Dat zie je bijna nergens meer, maar dat vind ik gewoon mooi om te doen. Dit is het echte boeren, zoals mijn vader dat vroeger ook deed en zoals het in de jeugd van meneer Sonneveld gebeurde.''

Hij neemt zijn pet af om het zweet van zijn voorhoofd te vegen. Grinnikt: ,,Volgens mij droeg meneer Sonneveld altijd zo'n zelfde pet.'' Een foto bewijst zijn gelijk.

Kippenvel

Het Dorp, Van den Biggelaar krijgt kippenvel als hij de eerste klanken hoort. Hardop begint hij te zingen, terwijl hij onverstoorbaar doorhooit:

Wat leefden ze eenvoudig toen in simp'le huizen tussen groen met boerenbloemen en een heg.

Maar blijkbaar leefden ze verkeerd, het dorp is gemoderniseerd en nu zijn ze op de goeie weg.

Want ziet, hoe rijk het leven is, ze zien de televisiequiz en wonen in betonnen dozen, met flink veel glas, dan kun je zien hoe of het bankstel staat bij Mien en d'r dressoir met plastic rozen.

En langs het tuinpad van m'n vader zag ik de hoge bomen staan. Ik was een kind en wist niet beter, dan dat nooit voorbij zou gaan.

Mien? Die woont verderop in de Bosschestraat, zegt een buurvrouw. Maar pas op, ze is een beetje lomp. Mien (86) is flink te grazen genomen door het leven. Twee jaar geleden overleed haar man. ,,Parkinson, ziet u wel.'' En 15 jaar geleden heeft ze haar zoon Theo 'af moeten staan'. Hij had een melanoom dat niet tijdig behandeld werd en stierf slechts 44 jaar jong.

Het bankstel van Mien, dat krijgen we niet te zien. Dat hoeft van haar niet zo nodig. Plastic rozen heeft ze nooit gehad, de televisie staat de hele dag aan. Nu bijvoorbeeld op een herhaling van De Reünie, op zondagochtenden komt de kerkdienst via de buis binnen. In haar eentje kan ze niet naar de kerk in het dorp wandelen en haar kinderen en kleinkinderen hebben geen tijd voor haar. ,,Die hebben het erg druk met hun werk, altijd'', fluistert Mien. Ze slaat haar ogen neer. ,,Ik kijk de hele dag televisie, wat moet ik anders?''

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar in minirok en beatle-haar en joelt wat mee met beat-muziek.

Ik weet wel, het is hun goeie recht, de nieuwe tijd, net wat u zegt, maar het maakt me wat melancholiek.

Ik heb hun vaders nog gekend ze kochten zoethout voor een cent ik zag hun moeders touwtjespringen.

Dat dorp van toen, het is voorbij, dit is al wat er bleef voor mij: een ansicht en herinneringen.

Zoethout kost 149 centen bij drogisterij/parfumerie Groenendaal. Maar dan heb je wel 50 gram stokjes. De dorpskinderen kopen het nauwelijks meer. Ze klitten nog wel bij elkaar, met hun leggings, lage broeken, opgeschoren haren en met rap of dancemuziek uit hun mobiele telefoons. Niemand springt nog touwtje.

Toen ik langs het tuinpad van m'n vader de hoge bomen nog zag staan. Ik was een kind, hoe kon ik weten dat dat voorgoed voorbij zou gaan.

Frens van den Biggelaar neemt een pauze van het hooien. Op dit erf, stelt hij, is zo veel te vinden uit de tekst van Het Dorp. Kijk, die heg. En de boerenbloemen, naast de oude kippenschuur. ,,Afrikaantjes, echte boerenbloemen. Die had de vader van meneer Sonneveld ook, dat weet ik zeker. Die kostten niets en waren makkelijk zelf te zaaien.''

De Afrikaantjes staan naast het tuinpad, met daarvoor - jawel - twee hoge bomen. Van den Biggelaar heeft hier nooit met zijn ouders gewoond, maar: ,,Als ik het lied hoor, zie ik mezelf als een kleine man naar mijn eigen vader kijken, op het pad naar zijn moestuin. Een grote, sterke boer was hij.

,,En inderdaad: als kind denk je dat het voor altijd zo blijft. Maar geloof me, het verandert allemaal zo snel. Alles, het hele leven. Zo snel, meneer, dat is gewoon niet bij te houden.''

Doet Den Dungen inderdaad denken aan Het Dorp van Wim Sonneveld?

Bekijk de video op ad.nl

Volledig scherm
© RV
Volledig scherm
© RV
Volledig scherm
Den Dungen anno 2017 herinnert aan Het Dorp van Wim Sonneveld. Slagerij Van de Ven is er, een standbeeld van een boerin, het 'raadhuis', maar zonder pomp. © RV
Volledig scherm
© copyright Marc Bolsius
Volledig scherm
Volledig scherm
© ANP
Volledig scherm
© copyright Marc Bolsius