Volledig scherm
Quincy Promes van Ajax viert de 1-0. © ANP

Arena lijkt steeds iets meer op het Olympisch Stadion

Veel is veranderd bij Ajax, maar de sfeer op de Champions League-avonden is precies hetzelfde als vorig seizoen. Dat blijkt wel in de eerste groepswedstrijd tegen Lille (3-0).

Door Sjoerd Mossou

Ajax-Lille is pas achttien minuten oud, als doelpuntenmaker Quincy Promes over de reclameborden springt, in de richting van de rolstoelers achter het noordelijke doel. Daar volgt een soort omhelzing met duizend armen, een groepsknuffel tussen Ajax-spelers én supporters.

De kluwen van mensen maakt een vrolijk huppeldansje. David Neres krijgt een koddig soort klap in zijn gezicht van Dusan Tadic - en daarna een kus.

Het is een beeld dat tegenwoordig feilloos past op dit soort dolle Amsterdamse Champions League-avonden. Zoals ook het euforische ‘olé’ dat doet, kort na de 2-0, seconden lang, wanneer Ajax de bal soepel, snel en plagerig rond tikt.

Droomjaar

Veel is veranderd bij Ajax sinds afgelopen zomer, na het droomjaar van afgelopen seizoen. Op vijf posities telt de ploeg van Erik ten Hag nieuwe gezichten, en een ingespeelde machine zoals in het voorjaar, is dit Ajax zeker nog niet. Met name defensief is het voor rust billenknijpen tegen Lille, met zijn watervlugge aanvallers.

Maar wat precies hetzelfde is gebleven: de typische sfeer van een Champions League-kraker in eigen huis. De interactie tussen spelers en publiek. Het onbegrensde zelfvertrouwen, soms ouderwets op de grens van arrogantie.

Je zou het haast vergeten, maar nog niet zo lang geleden was de Arena een stadion waar fatalisme en cynisme in de lucht hing, na tal van Europese decepties tegen de Moldes, Rosenborgs en Rapid Wiens van deze wereld. Het stadion kon angstig stilvallen. De voorrondes overleven was in die jaren al een meevaller op zichzelf.

Tegenwoordig zindert continu de verwachting, de zindering van wéér een memorabele avond. Op doorsnee zaterdagavonden doet het publiek in de Johan Cruijff Arena nog wel eens terugdenken aan dat in de Meer, zoals afgelopen zaterdag nog tegen SC Heerenveen; toeschouwers die zogezegd komen controleren of Ajax zijn wedstrijden wel wint.

Maar op Europese avondjes zoals die tegen Lille lijkt de Arena steeds ietsje meer op het Olympisch Stadion, grofweg negen kilometer verderop. Het oude stadion waar Ajax midden jaren 90 zijn historische avondjes beleefde, en waar het - over een periode van dik twee jaar - haast elke tegenstander dronken speelde.

Het gezwaai met witte vlaggetjes, op de tonen van André Rieu, is een zichtbare herinnering aan toen. Maar bovenal is het een typisch soort zindering die aan het oude stadion doet denken op Europese avondjes. Een vrolijk gevoel van onoverwinnelijkheid.

Bekijk hier de samenvatting van Ajax - Lille: