Volledig scherm
Pastoor Van Noorwegen. Foto Jan van Eijndhoven/PVE

Heuvel: Mild hart van de stenen kolos

Woe 10 sept: Oudgedienden, dat zijn de Heuvelse kerk en de pastoor. Tegen wil en dank met elkaar verbonden. De één is 125 jaar en bepaalt de skyline van de stad. De ander 78 en vormt het milde, kloppende hart van de stenen kolos. 

 

door Bas Vermeer

Pastoor Jan van Noorwegen is dit weekend vijftig jaar aan de St. Jozefkerk verbonden. En de kerk bestaat dit jaar één-en-een-kwarteeuw. Het is een bijzonder paar aan de Heuvel, Van Noorwegen past bij de markante kerk.

Gouden hart
Buiten staat het Heilig Hartbeeld uit 1921, met een gouden hart geschonken door de Tilburgse bevolking. Deze dagen rust er een verguld bronzen hart in de borst. Circa 25 jaar geleden werd het gestolen, notabene door een oud-Odulphiaan, de school waar Van Noorwegen eens les gaf.

„Een weddenschap, het hart lag onder zijn bed”, blikt de pastoor terug, „maar zijn vriendin maakte het uit, het ging verkeerd met zijn studie.” Dat had de leerling kunnen weten, lacht Van Noorwegen, als ‘ie tijdens de les had opgelet. „De Filistijnen werden ook door rampen geplaagd na het stelen van de Ark des Verbonds. Uiteindelijk heeft hij het hart teruggebracht.”

Lichtkrant
Naast het beeld de lichtkrant die nog altijd boodschappen het centrum in slingert. Waar stappers in het holst van de nacht lezen dat ‘God van ze houdt’, maar waar Van Noorwegen - vanachter een computer in de pastorie - ook één of twee moppen op programmeert.
De lichtbak had eigenlijk tien meter breed moeten zijn, maar daar stak de gemeente een stokje voor. „Dat zou het verkeer te veel afleiden, maar dit bord op eigen grond konden ze niet verbieden.”

Daarachter de kerk zelf, tussen 1872 en 1889 gebouwd en het bekendste ontwerp van architect Hendrik Jacobus van Tulder. Met de twee achthoekige torens van 72 meter is het een van de grootste neogotische kerkgebouwen van Nederland.Van Noorwegen is verknocht aan het gebouw, aan de stijl, de schoonheid binnen. „Als je televisiebeelden ziet van Tilburg brengen ze deze kerk of de Interpolistoren in beeld”, merkt de pastoor op.

Gruwelijke Christus
Wie de poorten van de blikvanger passeert stuit op een gruwelijk Christusbeeld. Vervaardigd in opdracht van een rijke Belg die vond dat mensen te nonchalant met het kruis omsprongen - het gebruikten als oorbel of hangertje - en een realistische beeldenreeks liet vervaardigen. Om het lijden haarscherp in beeld te brengen.
Van Noorwegen: „Ik dacht eerst motdomme, het bloederige, de echte haren, die oogprotheses.” Hij glimlacht: „Maar nu ben ik er aan gewend. En voor kinderen is het niet meer eng, die zien wel ergere films.”

Voor het beeld staan kaarsjes. Na het neerschieten van het vliegtuig boven Oekraïne kwam een groot aantal mensen langs om een kaarsje op te steken. Evengoed is er een man die er vijf aansteekt als Ajax een belangrijke wedstrijd speelt. Achterin is het favoriete stuk van de pastoor te vinden: het in hout gesneden hoogaltaar, mooi omdat Christus er werkelijk verblijft (in de hosties en wijn die er worden bewaard).

PSV
Van Noorwegen is een man van de traditionele kerkpraktijk, maar weet het conservatisme met humor en mildheid te combineren. Niet een man van hel en verdoemenis, geen donderpreken. „Onze Vader is barmhartig voor ons, zijn kinderen, ook al mag hij wel eens mopperen”.
In de essentie heeft Van Noorwegen een onwankelbaar geloof. Nee, hij heeft nooit getwijfeld, maar star is Van Noorwegen evenmin: „Hoe zit het met het bijbelverhaal? De EO neemt dat letterlijk, ik vind dat je kritisch moet blijven.”

Jan van Noorwegen werd in 1936 in Eindhoven geboren (hij is nog altijd fan van PSV) en werd in 1964 kapelaan van de Heuvelse kerk. Tegen wil en dank, want toenmalig pastoor Van Miert was manisch depressief.
„Geen land mee te bezeilen.” Maar ondanks dat hij kansen genoeg kreeg om weg te komen - onder meer naar Geldrop - vertrok Van Noorwegen niet. „Van Miert werd ouder en ouder, ik kon hem niet meer in de steek laten. „Twintig jaar bleef hij kapelaan waarna de aanstelling tot pastoor volgde.

Rommeltje
Van Noorwegen nadert inmiddels de tachtig, maar oogt nog vief. „Van buiten misschien”, merkt hij op, „van binnen is het een rommeltje.” Ook het binnenste van de Heuvelse kerk is niet meer wat het geweest is. Hij herinnert zich hoe er als jongmens 700 mensen bij de dienst op zondag zaten, tegenwoordig rond de 300.

Hij gelooft er in dat mensen de weg terug zullen vinden. „Nu al zie ik veel jonge mensen tijdens de avondmis langs komen. Dat doet me goed.” Sowieso is hij graag onder de Tilburgers - zelf beschouwt hij zich er geen - want het is ‘goei volk’.
Een volk ook waar - als het aan hem ligt - hij voor in het harnas wil sterven.

Blogs