Volledig scherm
© Rik Goverde/BD

Stadsportret: Darko, verscholen tattoo-artist

Wo 10 apr: Op een bovenverdieping langs een doorgaande weg in het Tilburgse centrum zet Darko Groenhagen (42) zijn tattoo-pen. Verborgen voor het oog en het grote publiek, maar met een wachtlijst van een maand of drie.

door Rik Goverde

Darko is geen artiestennaam nee. Het is zijn echte naam. Komt wel mooi uit, voor een tatoeëerder. Konden zijn ouders 42 jaar geleden ook niet weten, dat hun zoon als huidkunstenaar aan de slag zou gaan.

Maar passend is het wel: Darko.

Groenhagen praat, aan een lange houten tafel, omringd door tattoo-ontwerpen. Baardje, vlakke schedel, bril op het voorhoofd. Tijdens het gesprek tekent hij door, hij werkt aan het ontwerp van een grote karper. Dat wordt een ‘sleeve’, een tatoeage over de gehele arm. De vis moet een paar oudere tatoeages gaan bedekken van een klant die hij 15 jaar terug hielp. “Leuk hem weer eens te zien.”

Hij praat bedachtzaam, rustig, met veel pauzes.

Wie door de doorgaande weg in het centrum rijdt heeft vermoedelijk geen idee dat daar, op een eerste verdieping, een ruime tattoo-studio zit. Geen grote tekeningen in een etalage, geen banners voor de ramen. Helemaal niks, op een kunstig doodshoofd in de zijstraat na. Zomaar binnenlopen kan niet, afspraken gaan via internet. Wachtlijst van een maand of drie, dat wel.

Groenhagen (Eindhovenaar) vindt het wel lekker zo. Hij heeft ook in ‘echte’ shops gewerkt. Leuk, avontuurlijk, als mensen zomaar binnen lopen. Interessante ontmoetingen. Dat heeft zijn voordelen. Maar niet altijd handig als je je op je werk wilt concentreren, en de verstandhouding met klanten is intenser als je niet gestoord wordt. Dus heeft hij het liever zo, anoniem in het centrum. “Dit is voor mij ideaal.”

Het vak leerde hij in Eindhoven. Deed de kunstacademie in Den Bosch, maar maakte die niet af. Het St. Lucas in Boxtel: idem.

Zo rond zijn twintigste liet hij een tatoeage zetten in een Eindhovense shop, bleef daar hangen en leerde er het vak. Eerst ‘alles doen behalve een tatoeage zetten’: schoonmaken, meekijken, tekenen, het vak opsnuiven. Daarna op de huid aan de slag. “Tatoeages in Nederland geen taboe meer? Weet ik niet. Zet er eentje op je voorhoofd en kijk welke reacties je krijgt. Heb je zelf een tatoeage? Waarom ik dat vraag? Omdat het moeilijk is te bevatten wat een tatoeage inhoudt, als je er zelf geen hebt. Je verbindt je ergens aan voor de rest van je leven, je hebt er pijn voor geleden. In die zin is het zoiets als het krijgen van kinderen. Je weet pas wat het inhoudt, als je ze hebt.”

De eerste tatoeage die hij zette, was bij zichzelf, zoals de ongeschreven regel wil. Daarna ging hij aan het werk op andermans huid, eerst kleine stukken, vervolgens grotere ontwerpen. “Lekkere wijven en monsters tekenen. Dat vonden ze op de kunstacademie geen kunst, maar ik vond het leuk. En als tatoeëerder werk je tussen 10 en 18 uur, mensen zitten letterlijk te wachten op je werk. Bij kunstenaars is het andersom, die werken alleen en moeten op zoek naar klanten. Een vriend van me, Arno Mertens, is kunstenaar. Die maakt prachtige dingen, in alle eenzaamheid in zijn atelier. Ik heb dat niet, het zou niks voor mij zijn.”

Dus tot ziens, kunstacademie. Al bleef hij naast de tatoeages ook andere kunst maken: graffiti, hij maakte met een vriend een schilderij van Frits Philips (voor diens honderdste geboortedag) en hij ontwierp de voering van een maatkostuum voor een vriend (‘Hoezo is dat anders? Een tatoeage is toch ook een maatkostuum’).

Groenhagen werkte als tatoeëerder in Eindhoven, Helmond, los/vast in Duitsland, Zweden, en later Rotterdam. Toen de trein van Rotterdam naar Eindhoven in Breda een keer stil kwam te staan vanwege een bommelding, werkte hij een half jaartje in een shop Breda. Daarna volgde Tilburg, min of meer toevallig, weer een stapje dichter bij huis. “Ik werkte eerst in Sounds, op de plek waar nu het vinyl wordt verkocht. Daar konden mensen ook niet zomaar binnenlopen, ik merkte dat me dat wel beviel. Ik ben niet zo’n publiek figuur. En onvindbaar? Ach, in Japan zijn meesters die zijn helemaal onvindbaar. Daar ben je alleen welkom op invitatie.”

Zelf heeft Groenhagen zich gespecialiseerd in Japanse en Tibetaanse tekeningen (‘Zet een Boeddha naast een Christusbeeld, en mijn keuze is duidelijk’). Misschien omdat zijn opa leefde van de handel in Aziatisch antiek, het echte werk. Vond hij fascinerend. Een tatoeage is een plaatje, en een plaatje vertelt een verhaal. Altijd. Zelfs al zetten mensen een dolfijntje, en staan ze zelf niet stil bij de betekenis ervan: het verhaal ligt er wel degelijk. Groenhagen vertelt de grote verhalen, via grote werken op een rug, een arm, grote stukken vaak. “Ik noem het wel eens tatoeëren voor gevorderden. Klanten komen hier niet zomaar terecht. ”

Dat hij in Tilburg terecht kwam, was ‘een samenloop van omstandigheden’, maar wel een prettige samenloop. “Ik woon in Eindhoven, maar Tilburg is een gave stad. En een mooie stad, op zeker mooier dan Eindhoven. Het is een fijn gebied hier, ik heb goeie contacten met Incubate, Sounds, de Hall of Fame. Natuurlijk, dat soort creatieve gebieden zijn er ook in Eindhoven. Maar ik heb het dus in twee steden. Dat is een voorrecht.”

BD gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement