Volledig scherm
Paleis-Raadhuis in de schemering. © Camiel Donders

Tachtig (prachtige) foto's van 'Tilburg Twilight': een monsterklus die speels begon

Za 10 mrt: Het was een monsterklus. Fotograaf Camiel Donders trok de afgelopen jaren er tijdens de schemering op uit om Tilburgse beelden te schieten. ,,Uiteindelijk ben ik er drie jaar mee bezig geweest."

door Bas Vermeer

Het begon nog allemaal zo speels. In de aanloop naar de grootscheepse verbouwing van hotel Mercure wilde directeur Niek van den Broek mooie foto's hebben om daar de kamers mee te verfraaien.

,,Niek belde met de vraag of ik nog wat in mijn archief had", vertelt de fotograaf. ,,Zoveel, antwoordde ik, maar dat moet je niet willen. Dat heeft geen samenhang. Ik maak wel een rondje door Tilburg."

Indigoblauw

Quote

En goede schemering is zeldzaam, je hebt zo'n vijf minuten per maand om die foto's te maken

Camiel Donders

Dat 'rondje' begon bij het Paleis-Raadhuis waar Camiel zo rond de schemering aankwam. ,,De indigoblauwe lucht speelde heel mooi met het witte pand. Toen dacht ik wow, ik heb hier iets tofs te pakken. Zo ontstond het idee om alle foto's bij schemering te maken. Het past ook bij een hotelkamer, het straalt rust uit. Mensen komen er toch om te overnachten."

Een mooi idee, de uitvoering bleek vele malen weerbarstiger. Want 80 van de 108 hotelkamers hadden zo'n foto nodig. ,,En goede schemering is zeldzaam, je hebt zo'n vijf minuten per maand om die foto's te maken."

Want A) technisch is het alleen mogelijk bij volle maan en B) dan moet het niet bewolkt zijn. Welkom in Nederland...

Moskee tot Donders

Het is 'm toch gelukt, zij het dat het met drie jaar 'ietsje' langer duurde. Met de foto's wil Mercure het hotel meer met de stad verbinden, vertelt Niek. ,,Bij de Willem II-kamer zie je bijvoorbeeld het stadion. Marcel de Reuver van de Stadsgidserij heeft bij elke foto een fenomenale tekst geschreven. Elke kamer vertelt nu een eigen verhaal. Van de moskee tot Peerke Donders."

Hier zes van die verhalen. Foto's van Camiel Donders, teksten van Marcel de Reuver (en het hele boek staat hier online):

Volledig scherm
De Zwarte Madonna's in de schemering. © Camiel Donders

In Tilburg zijn vele honderden Mariabeeldjes te vinden. Op de gevels van huizen, in de woonkamers of inmiddels beland achter het luik op zolder. De Mariaverering stamt vooral uit de hoogtijdagen van het katholicisme met een grote piek vlak na de Tweede Wereldoorlog. Duizenden kaarsjes werden uit dankbaarheid ontstoken, voor genezing en voorspoed. 

Zelfs onder de duivensport blijkt Maria, die in de volksmond steevast Lief Vrouwke wordt genoemd, te moeten bijdragen aan het welslagen van de missie. Een Tilburgse spreuk luidt: “Ach lief vrouwke, gift ‘m asjeblieft un douwke en komt mèn duif toch laoter binnen, laot dan Willem II mar winnen!”. 

 Datzelfde douwke werd ook gevraagd voor de V1’s, die aan het eind van de oorlog over Tilburg vlogen. Al die Maria’s, Lieve Vrouwkes of Madonna’s in kerken, kapelletjes of woonhuizen zijn overigens blank. Opmerkelijk dus dat aan het eind van de vorige eeuw (1998) aan de rand van de stad niet één, maar liefst twee zwarte madonna’s verschenen. 

De twee donkere woontorens, ontworpen door architect Jacques de Brouwer, vormen aan de zuidoostzijde een soort toegangspoort tot Tilburg. Nou is die link met Maria juist op deze plaats niet zo verwonderlijk. Sinds 1914 stond naast de torens het Cenakel, een retraitehuis van de Congregatie der Religieuzen van onze Lieve Vrouw der Afzondering. Eén van de vele kloosterordes die Tilburg ooit rijk was. Zusters die er bezinning, rust en stilte zochten. 

Een stilte die overigens ruw werd verstoord door de aanleg van de naastgelegen Kempenbaan. Niet verwonderlijk dus dat de zusters hun toevluchtsoord elders zochten. Het Cenakel werd in 1996 deels gesloopt, gerenoveerd en verbouwd tot een aantal woningen en een culturele ruimte. Uiteindelijk kreeg ‘ons lief vrouwke’ dus nog een ‘heel klein douwke’ en herrees een paar meter verderop in de vorm van twee zwarte madonna’s." 

Volledig scherm
Huize Moerenburg in de schemering. © Camiel Donders

Soms lukt het om belangrijke zaken, inmiddels bedolven onder eeuwenoude zandlagen en waterstromen, weer bovengronds te krijgen. In het geval van Huize Moerenburg is dat op een wel heel speciale manier gebeurd. Dit huis was begin veertiende eeuw één van de drie stenen huizen die Tilburg rijk was en moet voor die tijd imposant zijn geweest. 

Het landhuis was omgeven door water en had bovendien een prachtige uitgestrekte Franse tuin. De naam Moerenburg legt duidelijk een link naar een versterkt huis (burch(t) of borch) in een omgeving van moerasachtige grond (moer). Voorwaar geen sinecure om dit bouwsel toentertijd overeind te krijgen. Huize Moerenburg heeft er eeuwenlang gestaan en werd in 1750 afgebroken. 

Gedurende lange tijd was het in bezit van de abdij van Tongerlo die het als pastorie gebruikte voor de pastoors uit de parochies Tilburg en Enschot. In 1648 - na het einde van de 80-jarige oorlog - toen de katholieke pastoors iets minder te vertellen kregen, was het de familie Saint Amant die het landgoed kocht en er waarschijnlijk ook de Franse tuin aanlegde. Na de sloop in 1750 bleef er niet veel meer voor het nageslacht bewaard. Geen bouwtekeningen, zelfs geen ruïne. Weggevaagd door de tijd, wellicht verzonken in het moeras. 

 Toch bleef er één strohalm over! Er bestaat namelijk een schilderij waarop te zien is hoe Huize Moerenburg er mogelijk heeft uitgezien. In 2005 stuitte men tijdens graafwerkzaamheden op resten van dit huis. Dat was de aanleiding om dit markante stukje Tilburg op bijzondere en eigentijdse wijze te laten herrijzen. Met het schilderij als leidraad, heeft men op de plaats waar het stenen huis ooit stond met een ijzeren reconstructie een stukje verleden tot leven gebracht. Het Moerenburg silhouet dient als toegangspoort tot het achterliggende landschapspark. 

 Ook de twee hardstenen leeuwtjes die nog boven water zijn gekomen en de oorspronkelijke toegangspoort markeerden, hebben hun taak inmiddels hervat. Bij het nieuwe Moerenburg is ook interessante informatie over de opgravingen in dit deel van Tilburg te vinden. Al met al de moeite waard om eens te gaan bekijken, want soms staat ‘gevallen’ geschiedenis ineens weer recht overeind!

Volledig scherm
Oude Markt in de schemering. © Camiel Donders

Het is een mooi stelletje bij elkaar, de panden die op de kop van de Oude Markt aan de Heuvelstraat zijn neergezet. Aan het begin van de twintigste eeuw wilde de ene Tilburgse architect niet onderdoen voor de ander, met als gevolg dat het geheel een mooi ensemble is geworden. Bovendien een ensemble dat de tand des tijds redelijk heeft doorstaan, al vormen de onderliggende moderne winkelpuien zeker geen verrijking voor deze Tilburgse oudjes. 

De panden zijn gezet in een tijd dat de grond aan de Heuvelstraat al iets duurder werd. ‘Dan maar de hoogte in’, moeten de bekende Tilburgse architecten De Beer (115 Art Nouveau) en Donders ( 113 Jugendstil) hebben gedacht. Waar de één dacht het mooiste gebouw te hebben getekend, deed de ander er nog gauw een koepeltje bovenop. 

 Het mooiste pand? De voorbijganger mag het zeggen! Wij zijn er anno nu in ieder geval nog steeds blij mee. Het brede pand op nummer 111 herbergde vroeger kruidenier De Gruyter. Omdat er aan de andere kant van de Heuvelstraat ook een De Gruyter zat, noemde men vroeger het flaneren door Tilburgs belangrijkste winkelstraat ook wel “Gruyteren”. Overigens zijn de oorspronkelijke tegeltableaus met daarop koloniale afbeeldingen van dit De Gruyterpand nog altijd zichtbaar aan de wanden binnen in de winkel. De Heuvelstraat was de eerste Tilburgse straat die - in 1659 al - werd verhard en daarom aanvankelijk Steenwech werd genoemd. Wonen in de Heuvelstraat was wonen op stand. 

De eerste bewoners van deze panden zullen ongetwijfeld goed in de slappe was hebben gezeten. Het was in de tijd dat de straat nog onderdeel uitmaakte van de doorgaande verbinding tussen Breda en Den Bosch. Een mooi nostalgisch stukje Tilburg waar het altijd druk is gebleven. Want ook al gaat het verkeer tegenwoordig via andere wegen van Breda naar Den Bosch en wordt er al jaren niet meer “gegruyterd”, nog altijd lopen dagelijks vele bezoekers door de Heuvelstraat op weg naar terrasjes of winkels met moderne puien. Ongetwijfeld de moeite waard om op die momenten zo af en toe toch even omhoog te kijken…...!  

Volledig scherm
TextielMuseum in de schemering. © Camiel Donders

De schrale zandgronden en heidegebieden vormden nou niet direct de meest rijke voedingsbodem voor de Tilburgers van weleer. De meesten van hen hadden daarom achter het huis wel een klein lapje grond dat werd bewerkt en wat extra’s op tafel bracht. En natuurlijk was er het schaap, dat ook wel ‘de koe van de armen’ werd genoemd. Deze niet veeleisende beesten vonden hun kostje op de heidevelden in de buurt en leverden naast melk en vlees natuurlijk ook wol op. 

Met dat schaap begint eigenlijk de rijke historie van de Tilburgse textiel. Want al gauw verschenen er weefgetouwen in de kleine huisjes. In de koudere tijden van het jaar, als zelfs het lapje grond achter het huis even “stil viel” kon men aan de slag met het weven van de wol. Tilburgers groeiden uit tot de beste wevers van het land. Dat ontging de rijke lakenfabrikanten in het westen des lands natuurlijk niet. Spoedig zetten ze hun fabriekshuizen (later textielfabrieken) op Tilburgse grond en plukten zo de vruchten van goedkope arbeidskrachten en de uitstekende kwaliteit die ze voortbrachten. 

De thuisweverij heeft nog lang bestaan, tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, maar uiteindelijk verschenen er steeds meer fabrieksschoorstenen die het beeld van de stad bepaalden. Daaronder de fabrieksgebouwen waarin de arbeiders met hard werken voor een karig loon, emmers zweet moeten hebben achtergelaten. De textielindustrie kende vanaf de 18de eeuw goede en slechte tijden. Na een naoorlogse opleving, kwam echter in de 60-er jaren de klad in de branche. 

Enerzijds werd de concurrentie van de lageloonlanden te groot, anderzijds was men hier te lang blijven hangen in oude patronen en onvoldoende bereid geweest mee te gaan met de tijd. Wat rest zijn de vele monumenten in de stad die ieder op een eigen manier een link leggen met de textieltijden van weleer. Dat alles is samengebracht in het TextielMuseum dat is gehuisvest in de oude fabriek van C. Mommers & Co (later Dröge), ooit één van de grootste werkgevers van Tilburg. In een historische context kan men zich hier vergapen aan het textielproces uit vroegere tijden, maar tegelijkertijd zien welke moderne productiemethodes het weven een nieuw leven hebben ingeblazen. 

Volledig scherm
Het geboortehuisje van Peerke Donders (op rechts). © Camiel Donders

Het museum staat bekend om de vele wisselende tentoonstellingen van hoge kwaliteit. Hoge kwaliteit die in Tilburg dus ooit begon met ‘de arme schapen’ die zich hier op de schrale zandgronden het weven eigen maakten. Peerkes” waren er vroeger genoeg in Tilburg. De meeste groeiden aan bomen, want elke Tilburgse arbeider had in zijn achtertuintje wel een perenboom staan. 

Maar Peerke was ook de verbastering van de naam Petrus (Peter). En welke katholiek wilde zijn oudste zoon nou niet naar de bewaker van de hemelpoort noemen. Zo moet het ook zijn gegaan in het streng katholieke gezin Donders dat aan het begin van de 19de eeuw een klein huisje bewoonde in de wijk Heikant, gelegen in het noordelijk deel van Tilburg. Vader was - Tilburgser kan bijna niet - een thuiswever die met hard werken de kost moest verdienen voor zijn jonge gezin. 

Ook zoon Peerke, geboren op 27 oktober 1809, zat op 12-jarige leeftijd al aan het weefgetouw en zijn toekomst leek voorbestemd. Toch bracht zijn enorme fascinatie voor alles wat met het katholieke geloof te maken had hem uiteindelijk op het seminarie waar hij voor priester ging studeren. Tijdens zijn opleiding bleek Peerke met zijn achtergrond een vreemde eend in de bijt. Op 31-jarige leeftijd werd hij vervroegd tot priester gewijd. Niet veel later nam hij afscheid van Tilburg in zijn doopkerk op het Goirke. Vrijwel direct daarna ging hij naar Suriname waar hij vol toewijding de rest van zijn leven in dienst stelde van melaatsen en leprozen. 

Peerke stierf op 77-jarige leeftijd en werd begraven in de Petrus en Paulus Kathedraal in Paramaribo. Inmiddels is onze meest gelovige Tilburger in 1982 zalig verklaard. Een laatste stap naar heiligverklaring laat nog op zich wachten, want daarvoor moet nog een wonder komen bovendrijven. Voor Tilburgers is dat wonder overigens al lang geschied, toen op zijn geboortedag in 1944 onze stad werd bevrijd. Het geboortehuisje in Tilburg-Noord is helemaal gerenoveerd. Een kapel met processiepark werd eraan toegevoegd. Zo heeft onze stad een eigen bedevaartsoord voor iedereen die er zijn heil wil vinden. Maar ook een prachtig plekje voor mensen die het leuk vinden om eens te gaan kijken waar onze beroemde Tilburger ter wereld kwam. En ach, als we er dan toch zijn… een kaarsje opsteken kan natuurlijk nooit kwaad. Zal Peerke vast ‘zalig’ vinden!  

Volledig scherm
Paleis-Raadhuis in de schemering. © Camiel Donders

Dat Tilburg over een echt paleis beschikt is te danken aan koning Willem II die graag in Tilburg vertoefde. “Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig”, aldus een citaat opgetekend uit de mond van de vorst. Willem II maakte als prins kennis met Tilburg en was er met name ten tijde van de Belgische onafhankelijkheidsstrijd vaak te vinden. Hij was geliefd bij de Tilburgse elite, maar ook bij de gewone man op straat. Na eerst veelvuldig gast te zijn geweest bij notabele Thomas van Dooren in de Heuvelstaat, neemt hij later zijn intrek in het zogenaamde oude paleis. Een mooi woord voor een gebouw dat eigenlijk de term paleis niet waardig was. 

Niet vreemd dat Willem II in 1847 de eerste steen legde voor een nieuw paleis, dat vorstelijke allure moest uitstralen. Willem II zelf had daarbij overigens een aardige koninklijke vinger in de pap. Zijn voorliefde voor de Engelse romantische stijl was duidelijk terug te vinden in het uiteindelijke ontwerp, dat als neogotisch kan worden gekenmerkt. Het leggen van de eerste steen was dan ook een mooi moment voor de koning, die helaas het leggen van de laatste steen niet meer zou meemaken. 

 Op 17 maart 1849 - twee weken voor de oplevering van zijn paleis - blies hij zijn laatste adem uit. Op de plek waar hij stierf bevindt zich een plaquette waarop deze gebeurtenis is vastgelegd. Deze is te vinden aan de zijkant van de trap bij de fontein voor het paleis. Willem II werd nog wel opgebaard in zijn nieuwe paleis, dat daarna leeg kwam te staan. Familieleden van de koning bleken niet dezelfde passie te hebben voor Tilburg. Uiteindelijk werd het pand geschonken aan de gemeente Tilburg met de opdracht er een openbare functie aan te geven. 

In 1866 was de eerste Tilburgse Rijks HBS een feit die - hoe kan het ook anders - als Koning Willem II HBS haar deuren opende. Vincent van Gogh was van 1866-1868 een van de eerste leerlingen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd het interieur in art deco stijl verbouwd en werd het gebouw ingericht als raadhuis. Inmiddels heeft het gebouw - met onder meer drie trouwzalen - voornamelijk een representatieve functie en vormt het een opvallende verschijning in hartje stad. In de loop der jaren werden duizenden Tilburgers hier in de echt verbonden en spraken er het ja-woord uit. Allemaal voortgekomen uit de liefde van een koning die het ja-woord gaf aan deze stad."   

BD gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement