Volledig scherm
Het Koningsplein. © Archieffoto Jan van Eijndhoven

Tranen in Tilburgse Treurnis


Woe 22 mrt: Als mensen verdrietig zijn, zijn zij op te delen in twee soorten. Ten eerste is er het soort dat zich thuis opsluit en verdrietige en melancholische muziek heel hard op zet om vervolgens een paar potjes heel hard te gaan zitten janken, waarna het oplucht en het leven weer verder kan. 

door gastblogger Dion van Meel

Tegenover dat soort mensen staat het soort dat verdriet verwerkt door met oogkleppen op heel veel te gaan feesten en te genieten van al het mooie wat het leven te bieden heeft, zodat het verdriet misschien vergeten wordt of zelfs kan worden gerelativeerd.

Ik ben iemand van het eerste soort. Mijn verdriet verdwijnt als ik mezelf thuis heb opgesloten en een avond zielig heb gedaan. Als ik een avond de tranen uit mijn kop heb gejankt met treurige muziek op zijn hardst. Ik kan niet doen alsof het verdriet er niet is en het wegstoppen. Ik ga de confrontatie aan, laat het los en vind mijn troost in treurnis. 

Juist daarom ben ik zo blij dat ik woon in Tilburg, een stad die haar treurnis niet onder stoelen op banken stopt. Tilburg gaat de confrontatie aan met schoonheid en toont zichzelf.

Als ik verdrietig ben en geen treurige muziek kan vinden, loop ik naar buiten en ga ik in het centrum op zoek naar de eerste treurige plek die ik tegenkom. Dan kijk ik ernaar, jank ik een potje, laat ik mijn tranen drogen door de Tilburgse wind en loop ik weer naar huis. 

In Tilburg hoef je nooit langer dan vijf minuten door het centrum te lopen om bij de eerste treurige plek aan te komen. Daar waar de grauwe en grijze Tilburgse treurnis het wint van de lach, kan de treurnis worden aangevuld met tranen. Inmiddels liggen mijn tranen daarom al door heel de binnenstad. 

Achter het station, op het Pieter Vreedeplein en de Heuvel waren de dagen ooit donkerder dan elders in het centrum. Op die plekken klonk immers niet lang geleden de sombere muziek van boren en heipalen. Daar werd verbouwd of gebouwd, dus daar was het lelijk. En daar waar het lelijk is, kan gejankt worden.

Het lijkt steeds moeilijker te worden om die treurnis in Tilburg te vinden. Tot voor kort kon men nog janken in de lelijke fontein tegenover Meesters, terwijl men door het gesnik heen een metro hoorde denderen die er niet was. Inmiddels zijn de lelijke fontein en onzichtbare metro verdwenen. Want Tilburg is in opbouw. 

Het dwaalgebied gaat steeds meer leven, in de Spoorzone bruist het al met borreltenten, binnen een paar jaar zal er zelfs een stadspark zijn en waar moet een verdrietig mens heen als het nieuwe gebouw van de Primark straks een architecturaal hoogstandje blijkt te zijn?

Maar treurende mensen, ben niet bang; er zijn nog genoeg treurige plekken. Soms lijkt het alsof de treurnis verdwijnt uit de binnenstad, maar wie goed kijkt weet dat Tilburg doet alsof. 

Dat gaan we zien met Koningsdag. Die dag zal Tilburg doen alsof alle gebouwen sprankelen, bruisen en lachen. Tilburg zal die dag voor héél Nederland een selfie maken van haar goede kant en niet lijken op het Tilburg dat we kennen, het Tilburg met haar bouwputten en grijze panden.

Eigenlijk is dat jammer. Want Tilburg is een stad die ondanks haar rauwheid, haar schoonheid via de inwoners laat doorschemeren. Tilburg is geen Breda of Den Bosch, verwaande steden die door hun prachtige binnensteden mensen laten geloven dat zij als stad perfect zijn, maar in werkelijkheid meer problemen kennen dan Tilburg.

Je gelooft het pas als je hier woont. Iedere Tilburger weet dat Tilburg ondanks die buitenboordbeugel, die vlekjes op haar huid en die net iets te grote platvoeten een fantastisch mens is met veel vrienden.

Stiekem hoop ik dat koningin Maxima tijdens haar tocht door Tilburg door haar koninklijke enkel gaat. Dat ze hinkend wegvlucht, uit beeld verdwijnt en pas een kwartier later door een camera wordt gevonden als ze huilend op een vergeten marktkraampje zit. De tranen van haar pijn druppend op de lelijke grijze stenen van het Koningsplein. 

Het Koningsplein zal het symbool worden voor de Treurnis en Trots van Tilburg. Op een van de grauwe pilaren zal komen te staan: ‘Koningsplein; gevuld met tranen van de koningin.’ Vanaf die dag zullen mensen daar samen komen om hun tranen te laten en zeggen: ,,Dit is Tilburg; een stad met enorm lelijke gebouwen, maar met enorm veel karakter.”

Opinie