Volledig scherm
Stekelenburgplein wordt groen. © Jan van Eijndhoven

Waarom het nieuwe Tilburgse stationsplein een best wel toffe plek wordt...

Vrij 19 mei: Het gloednieuwe Tilburgse stationsplein begint best wel een mooie plek te worden. Op zonnige momenten zitten reizigers buiten al bij de fontein. En deze dagen wordt de ene na de andere lege vlakte met groen gevuld. 

door Bas Vermeer

Krentenboompjes, reuzenlavendels en beuken worden geplant. In totaal zijn er in samenspraak met de stadsecoloog 22 soorten uitgekozen 'die voor kleur zorgen en aantrekkelijk zijn voor bijen en vlinders'. Het fonteintje is sinds een week of twee ook 's nachts verlicht. 

LocHal
Tussen de kasseien van het plein zijn de rails teruggelegd, restaurant EVE is druk doende met de renovatie van de polygonale loods. Met de opening van de horecagelegenheid - na de zomer - begint het plein echt te leven. 

Aan de overkant van EVE wordt de andere blikvanger opgeknapt: de LocHal. En in de toekomst komt er nog een echte fietsenstalling bij het plein te liggen (van de armetierige, immer tot de nok toe gevulde stalling die we nu hebben, nemen we afscheid). 

Zeiken
Niks te zeiken? Tuurlijk wel. De fontein sprankelt niet van originaliteit, zoiets hadden we al op de Heuvel (en we krijgen er wellicht ook eentje in het Spoorpark). Maar allez. 

En die middeleeuwse donjon met ramen die tussen het plein en LocHal komt te staan, doet nu al pijn aan de ogen. Waarom zou je het zicht op de LocHal, het icoon van de Spoorzone, ontnemen? Buurgebouw - Plan T -  wekt dan iets meer vertrouwen. 

Maar ach, laten we niet vergeten (dat doe je nogal snel) hoe het station er een paar jaar geleden bij lag. Konden we toen überhaupt van een plein spreken? Dat grauwe lapje steen aan de Spoorlaan... 

Afijn, benieuwd naar de meningen over het nieuwe stationsplein.
Reageren onder deze blog, 
via Twitter of onder de Facebook-post. 

Volledig scherm
Het nieuwe stationsplein. © Beeld Werkt
Volledig scherm
De fontein. © Jan van Eijndhoven
Volledig scherm
De polygonale loods. © Jan van Eijndhoven