Met de geloofsijver van een missionaris zweert Haarenaar Gerard Smals bij thorium als 'groene kernenergie'.
Volledig scherm
Met de geloofsijver van een missionaris zweert Haarenaar Gerard Smals bij thorium als 'groene kernenergie'. © Marc Bolsius

‘Mister Thorium’ heeft in Haaren de vlag uithangen: Brabant ziet groene kernenergie zitten

HAAREN - Roepen in de woestijn zegt Gerard Smals al jaren niet meer te doen. De 83-jarige Haarenaar heeft wel een vreugdekreet geslaakt in zijn woning in buurtschap De Noenes. De provincie Noord-Brabant gaat werk maken van thorium als oplossing voor het energievraagstuk.

‘Mister Thorium’ trekt al jaren langs rotaryclubs en braderieën om de heil van ‘groene kernenergie’ te prediken. ,,Thorium heeft twee grote voordelen", vat Smals nog maar eens samen. ,,Het kan niet ontploffen en het geeft geen afval.”

Aan de linkerzijde van het politieke spectrum wil men er niet van horen. ,,Bij partijen als de PVV en Forum voor Democratie, maar ook de VVD, vind ik wel gehoor. Soms willen ze me inpalmen, maar ik blijf liever onafhankelijk.”

PVV-motie aangenomen

Het nieuwe provinciebestuur van Brabant zet in zijn bestuursakkoord de deur naar kernenergie open. Vrijdag nam een meerderheid van Provinciale Staten ook een motie van de PVV aan ‘om de generatie IV kerntechnologie, waaronder de ThoriumMSR-technologie als nieuwe en innovatieve techniek aan te merken en voor Noord-Brabant actief werk te maken met deze techniek’.

Te hoog gegrepen

Criticasters beweren dat voor een tussenoverheid als de provincie zo'n doel veel te hoog gegrepen is. Smals is het daar niet mee eens. ,,Er is al een tendens van grote naar kleine kerncentrales.”

Een echte thoriumcentrale ziet Smals er pas over tien à twintig jaar van komen. Maar zogenaamde modulaire centrales in de vorm van uraniumreactoren acht hij op korte termijn wel haalbaar. ,,Die produceren weliswaar afval, maar dat kan later verbrand worden in een thoriumcentrale.”

Man met een missie: thorium

Tom Tacken

Brabants Dagblad, 16 april 2016

Gerard Smals is een en al energie. En ja, hij denkt de bouw van de eerste thoriumcentrale hier nog mee te maken.

‘Hé, daar hebben we Mister Thorium weer’, hoorde Gerard Smals toen hij op het laatste Bierpompfeest in Esch zijn informatiestand op kwam tuigen.

Het is ‘groene kernenergie’ die de 79-jarige met de geloofsijver van een missionaris aan de man brengt.

Volgende maand verwachten ze hem bij de Katholieke Bond van Ouderen in zijn woonplaats Haaren. De maand erop houdt hij de Rotaryclub Tilburg voor dat thoriumcentrales een ‘geschenk voor de mensheid’ zijn.

Iedere presentatie begint hij met een aandoenlijke foto van een kindje. Want, benadrukt hij: “De toekomst van ons nageslacht staat op het spel.”

Op zijn kleurige visitekaartje heeft hij de zegeningen van thorium keurig op een rijtje gezet: duurzaam, veilig, goedkoop, geen afvalprobleem, geen CO2.

Meteen bouwen zo’n centrale, zou je zeggen. Maar Gerard Smals moet zijn handen nog geregeld ten hemel heffen: “Het komt door dat ene woordje: kernenergie. Zodra mensen dat horen, valt in hun hoofd een luik naar beneden. Vóór dat luik zit het gevoel, erachter het verstand. En de politiek aapt de mensen gewoon na.”

Maar hij houdt moed: “Het volk haalde de Berlijnse Muur naar beneden. En zo zal het grote publiek op den duur ook thorium omarmen. Jazeker, ik reken erop het nog mee te maken dat in Nederland de eerste thoriumcentrale wordt gebouwd. Over een jaar of tien moet het kunnen.”

Thorium is een zacht en licht radioactief metaal, vernoemd naar de Noorse god van de donder.
Volledig scherm
Thorium is een zacht en licht radioactief metaal, vernoemd naar de Noorse god van de donder.

Twee jaar geleden boorde hij surfend over internet een nieuwe passie aan: thorium, ‘het lieve zusje van uranium’.

Het duurde niet lang of Smals had zijn eigen site: groenekernenergie.nl. Tot nu toe heeft hij via die site 150 mensen ‘Vriend van het Thorium’ weten te maken. De bedoeling is om van dat groepje sympathisanten een vereniging te maken.

Smals beseft dat er nog veel weerstand te overwinnen valt, maar een roepende in de woestijn voelt hij zich niet. Hij heeft zijn vertrouwen vooral gesteld in het onderzoek van Jan Leen Kloosterman. Diens inauguratie als hoogleraar reactorfysica aan de TU in Delft woonde Smals op de eerste dag van april als genodigde bij.

“Weet je hoeveel subsidie Kloosterman krijgt voor zijn onderzoek naar een thoriumreactor die minstens vijftig jaar meegaat? Eén miljoen. Dat is peanuts vergeleken bij de honderden miljoenen die in zon en wind als energiebronnen worden gestoken. Terwijl het iedereen toch duidelijk moet zijn dat we nooit al die elektrische auto’s op zon en wind kunnen laten rijden. Om nog maar te zwijgen van de warmtepompen die het aardgas moeten vervangen.”

Versta hem goed: “Er is niets op tegen om voorlopig gebruik te maken van zon en wind. Maar voor de wisselende opbrengst daarvan kunnen thoriumcentrales perfecte buffers zijn. Eén thoriumcentrale levert evenveel energie als tachtig miljoen zonnepanelen.”

Laatst liep hij de Brabantse milieugedeputeerde Anne-Marie Spierings tegen het lijf. “Ik vroeg haar of ze wel eens van thorium had gehoord. Ja, zei ze, maar dat is allemaal nog zó ver weg. Onbegrijpelijk toch? Dezelfde provincie steekt wél veertig mille in een onderzoek hoe je stroom uit de wortels van planten kunt halen. Het kan niet gek genoeg.”

Het verspreiden van ‘aperte nonsens’ verwijt hij een club als WISE, die op haar site met een reeks aan argumenten thorium als een gehypet sprookje wegzet. Een ervan is dat terroristen en criminelen met het kernafval ervan aan de haal kunnen gaan. Maar anders dan bij een uraniumreactor is dat nu juist bij een thoriumcentrale uitgesloten, beweert Smals. “Bovendien kan het afval van ontmantelde kernkoppen in een thoriumcentrale veilig vernietigd worden. En dan krijg je nog een hoop stroom op de koop toe.”

Greenpeace is een ander verhaal: “Daar zullen ze heus wel beseffen dat groene kernenergie de toekomst heeft. Maar ze durven daar waarschijnlijk niet voor uit te komen, want dan loopt de helft van de leden weg.”

Milieuactivisten, Smals denkt er het zijne van.

“Terwijl mijn collega’s me destijds voor een milieufreak aanzagen. Ik behoorde tot de eerste automatiseringsdeskundigen van Nederland, maar natuur en milieu hebben altijd mijn warme belangstelling gehad. Jarenlang ben ik imker geweest. En tijdens mijn jeugd in Zeeland fietste ik graag door het natuurgebied dat later werd opgeofferd voor de kerncentrale bij Borssele. Daar was ik dus niet zo blij mee.”

De weg naar 'het gouden ei’ van groene kernergie is lang

Brabants Dagblad

Tom Tacken, 16 april 2016

Het symbool is Th, het atoomnummer 90. Heroïscher klinkt de naam van het element dat de Zweedse wetenschapper Jöns Jacob Berzelius in 1828 ontdekte.

Thorium, een zacht en licht radioactief metaal, is vernoemd naar Thor, de Noorse god van de donder.

Het is lang niet zo zeldzaam als uranium, dat nu als brandstof voor kerncentrales wordt gebruikt. Van de overvloed aan thorium is het grootste deel in India te vinden. Bij mijnbouw, bauxietwinning bijvoorbeeld, komt het in grote hoeveelheden als bijvangst mee naar boven. Maar ook op de stranden van Ameland bijvoorbeeld wordt thorium aangetroffen.

Uranium en thorium zijn beide splijtbaar, maar thorium doet dat niet uit zichzelf. Het is daarom als brandstof voor een kerncentrale veilig, stellen de mensen die heilig in thorium als het gouden ei voor de kernenergie. Ze wijzen erop dat een thoriumcentrale veel minder afval produceert dan bij kernsplitsing in een uraniumreactor.

Thoriumafval blijft bovendien veel korter radioactief: drie- tot vijfhonderd jaar. Dan zou er ook geen gevaar zijn op een ontploffing, ofwel meltdown, à la Tsjernobyl of Fukushima. Een niet met water, maar met gesmolten zout gekoelde thoriumcentrale stopt uit zichzelf zodra de temperatuur te hoog wordt of als er koelmiddel weglekt.

Thorium wordt gehypet, roepen sceptici, die vooral te vinden zijn bij voorstanders van hernieuwbare energie: zon, wind en aardwarmte. Het is en blijft een vorm van kern-energie, zo is de vrees, met alle gevaren van dien. Internationaal liggen ook de kernenergieproducenten dwars. Uit kostenoverwegingen voelen die er weinig voor om hun uraniumcentrales om te bouwen voor thorium.

De technologie lag lang stil, nadat president Nixon de stekker uit een Amerikaans experiment had getrokken. Omdat, anders dan een uraniumreactor, een thorium-centrale geen plutonium als grondstof voor kernwapens oplevert, zo betreuren thoriumadepten tot op de dag van vandaag die verkeerde afslag.

Een van de vragen die voorlopig boven ‘het gouden ei’ hangt: hoe agressief reageert het gesmolten zout, waarin thorium wordt opgelost, op metaal? Ofwel: hoelang gaat een thoriumcentrale mee? Sinds vorige maand wordt dat op het nucleaire instituut NRG in Petten onderzocht.

In Delft houdt kernreactorfysicus Jan Leen Kloosterman er rekening mee dat op z’n vroegst in 2040 een thoriumcentrale operationeel kan zijn. Die tijd, zeggen de thoriumsceptici, heeft de wereld niet om de klimaatcrisis het hoofd te bieden.

In samenwerking met indebuurt Tilburg

Tilburg e.o.