Volledig scherm
Monster Chetwynd in vol ornaat. Foto PixProfs/Jan Stads. © Pix4Profs/Jan Stads

Monster Chetwynd maakt theater in het museum

TILBURG - Vleermuizen, Black Sabbath en de heilige Hiëronymus. Alles is in te passen in de wonderlijke en chaotische wereld van de Britse kunstenares Monster Chetwynd. Die opent zaterdag in museum De Pont in Tilburg met een performance. 

De inrichting van de expositie van Monster Chetwynd in De Pont lijkt op een ondoorgrondelijk theaterstuk. Er zijn meer dan tien mensen hard aan het werk, inrichters slepen met meterslange prints, timmermannen werken aan een houten installatie, er zijn schilders, assistenten die reliëfschilderijen ophangen. In de hoek van de grote ruimte zit het zoontje van Chetwynd onverstoorbaar met een hoofdtelefoon en een boek in zijn eigen wereld. Zijn moeder is de regisseur, ze loopt van links naar rechts, gebaart, overlegt en verandert.

Maar Brits als ze is, is ze eenvoudig weg te lokken voor een kop rooibosthee. In het restaurant van De Pont zegt ze dat ze eigenlijk helemaal niet zo zot is op shows in musea. ,,Musea zijn formeel. Ik ben informeel, spontaan en oneerbiedig. Ik ben meer geïnteresseerd in het laten gebeuren van dingen. Maar aan de andere kant, het zijn steeds vaker musea die me vragen. Dus kijk ik elke keer wat wat ik kan doen en bereiken.’’

De in 1973 in Londen als Alalia Chetwynd geboren kunstenares brak in 2012 door toen ze genomineerd werd voor de Turner Prize, de grootste kunstprijs van het Verenigd Koninkrijk. Haar nominatie wekte verbazing. Chetwynd was vooral bekend als performancekunstenares buiten de geijkte kunstinstituten en haar vrolijke, chaotische en soms bewust amateuristische voorstellingen kenmerkten zich door een mengeling van beeldende kunst, theater, literatuur en film. Hoge en lage cultuur gingen er hand in hand.

Kapoor

Hendrik Driessen, de inmiddels met pensioen gegane directeur van De Pont, kocht vorig jaar een werk van haar en vroeg ze voor De Pont. Chetwynd: ,,Toen ik naar Tilburg kwam om het gebouw te bekijken was ik overweldigd. Zo’n prachtige collectie, al die grote namen. Kunstenaars als Kapoor en Hodgkin, kunst waarmee ik ben opgegroeid en die me inspireerde. Ik vroeg me af hoe ik er in zou passen. En hoe ik zou kunnen negeren wat er allemaal al was.”

Ze kwam met een voorstel om het schilderij De heilige Hiëronymus in zijn studeerkamer, een werk uit 1475 van Antonello da Messina dat in de National Gallery in Londen hangt, in de grote ruimte van het museum na te bouwen. Het schilderij toont de heilige die bezig is de Bijbel toegankelijk te maken door die te vertalen in volkslatijn. ,,Het werk staat voor mij voor de hoge en verlichte idealen en de kwaliteiten van mensen in de middeleeuwen waar we best wat enthousiaster over mogen zijn. Nu produceren we afval en vernietigen we de aarde. Vroeger werden generatie na generatie kleine stappen gezet om de wereld beter te maken.”

Ze combineert de op een podium lijkende installatie met de Hell Mouth, een groot groen monster van papier-maché dat ze dit jaar maakte voor het Eastside Project in Birmingham in het kader van de Metal Summer. Daar stond de Hell Mouth op een podium waar metalbands optraden zoals het uit Birmingham afkomstige Black Sabbath. Nu fungeert het monster als plek waarin een film te zien is die ze een paar jaar geleden maakte met handpoppen: Vision Verticale. ,,Het was een puzzel om te kijken wat in De Pont zou passen. Het was een beetje een heen en weer schuiven van dingen. Gelukkig reageerde de staf enthousiast.’’

Rondlopend over de expositie in opbouw is de enorme veelzijdigheid van Chetwynd niet te missen. In de wolhokken en museumzalen hangen haar vrolijk makende reliëfschilderijen, vaak overblijfselen van haar performances waarin decorstukken als gele krokodillen en rode salamanders op prints zijn gemonteerd.

Verrassend is de rood geschilderde museumzaal waarin Chetwynd op ooghoogte een reeks schilderijtjes heeft gehangen van vleermuizen. Allemaal op hetzelfde formaat geschilderd en gevat in een zwarte lijst. Ze grinnikt. ,,Het schilderen van vleermuizen staat niet erg hoog in de hiërarchie van onderwerpen voor schilderijen. Ik hou van underdogs. Ik schilder ze sinds 2000. Elke zes maanden ga ik een paar weken vleermuizen schilderen. Het maakte me niet uit wat mensen er van vinden, ik ga er mee door tot het me verveelt. Het is net als Morandi die steeds dezelfde potten en vazen schilderde. Ik kies steeds voor hetzelfde palet, hetzelfde formaat. Het is mijn eigen bubble van naïviteit en vrijheid.”

Haar naam Monster Chetwynd koos ze een paar jaar geleden. Eerder ging ze als kunstenaar door het leven als Spartacus Chetwynd en Marvin Gaye Chetwynd. ,,Ik las in een boek over de Japanse kunstenaar Hokusei dat Japanse kunstenaars vroeger voortdurend van naam veranderden. De naam die ze bij hun dood hadden, was dan uiteindelijk die waarmee ze de geschiedenis ingingen. Voor mij werkte de naamsverandering goed. Het is een gereedschap.”

Sjamaan

Dat Chetwynd zichzelf ook als personage ziet, blijkt als de fotograaf zich meldt. Ze wil zich even opmaken, zegt ze. Als ze na vijf minuten weer de ruimte instapt, is de metamorfose totaal. Als een soort hedendaagse sjamaan met een jas vol kleurige motieven en op haar hoofd een soort kist met keramische objecten erin. Haar voeten zijn gestoken in een soort berenklauwen. Bereidwillig draait ze voor de camera heen en weer. ,,Is het zo goed?”

Monster Chetwynd, De Pont Tilburg, tot en met 15 maart. Opening zaterdag om 15 uur met performance Chetwynd.

Volledig scherm
Een reliëfschilderij van Monster Chetwynd. Foto PixProfs/Jan Stads. © Pix4Profs/Jan Stads

In samenwerking met indebuurt Tilburg

Tilburg e.o.