Volledig scherm

Partituren en permangaan

Za 4 mei: Vandaag is het Dodenherdenking en Open Joodse Huizen-dag in Tilburg. Dit is een persoonlijke impressie over twee joodse winkeliers die gelukkig de oorlog wél overleefden en terugkeerden in de binnenstad.

door gastblogger PJ Ooms

Dat is wel handig tegenwoordig, je hoeft maar Vijfsprong te zeggen en iedereen in Tilburg weet over welke locatie we het hebben. Daarom schrijven we het ook maar meteen met hoofdletter. Bij deze gevestigd als eigennaam.

Op deze Vijfsprong zaten na de oorlog twee joodse winkeliers. Aan het begin van de Stationsstraat (nu Drumkit) zat muziekhandel Bram Spiero; gespecialiseerd in bladmuziek 'in allerlei toonaarden'. Kleine, energieke man die achter zijn minuscule toonbank iedere conservatoriumstudent aan de partituren hielp.

Ook al konden ze maar 3 noten zingen van het beoogde stuk, Bram wist dan meestal genoeg. Zo'n beetje als in een zekere reclame voor een begrafenisverzekering nu; maar dan met meer succes. Bij twijfel speelde hij de 3 noten even op zijn piano achter in de zaak. Garantie verzekerd, en weer een contente student.

Toen eens een argeloze en onwetende dame het waagde bij een aankoop over 'een jodenprijsje' te hebben, rees Bram als gestoken door een wesp achter zijn toonbank op. Zijn ogen fonkelden achter de brillenglazen. Hij bleef echter een toonbeeld van zelfbeheersing, ofschoon er zeer kordaat afgerekend werd. De door plaatsvervangend schaamtegevoel bevangen puber, die getuige was van dit tafereel, kon nog slechts stamelend uitbrengen:" Magguh… ik een nylon gitaarsnaartje…huh…alstublieft.

Muziekhandel Spiero bestaat overigens nog steeds. Al lang geleden overgenomen door derden en nu gevestigd aan de Willem II straat.

Schuin tegenover Spiero op de andere hoek ( nu café Langeboom) zat drogisterij Moses, beter bekend als de medicijnmeester. Een man met statuur: een zilver omrande bril die zijn strenge blik accentueerde en altijd gekleed in een onberispelijk gesteven en gestreken witte lange jas.

Nou was enige gestrengheid als drogist toen nog wel nodig want zij mochten nog aanzienlijk meer chemicaliën verkopen in die tijd als nu te doen gebruikelijk; halve apothekers waren het. Zo werd ondergetekende met enige regelmaat naar Moses gestuurd om kaliumpermanganaat te halen.

Ik geloof niet dat zulks nog bij de Etos zo te verkrijgen is. Het werd overigens gebruikt voor een grondige reiniging van pekelbakken in een slagerij, maar je kon je er ook alleraardigst je eerste scheikundelessen gestalte meegeven….

Eind jaren zestig, toen de totale verloedering van de binnensteden in Nederland compleet was, verdween ook de medicijnmeester.

Eens liep ik 's avonds door de Oranienburgerstrasse in Berlijn. Langst de joodse synagoge. Het was donker, nat. Twee agenten liepen permanent op en neer, en in een van de koepels flakkerde slechts het kaarslicht van een veelarmige joodse kandelaar. Het decor was van een naargeestige droefheid en het gebouw oogde alsof het nooit meer zijn geschiedenis in deze stad te boven zou - of wilde -komen.

Hetzelfde gevoel bekruipt je bij de herinnering aan deze joodse winkeliers die na de oorlog zichzelf weer plek moesten geven in de maatschappij, terwijl de ontluisterende feiten zich langzaam voor iedereen ontrolden. Het is een bizarre werkelijkheid zo te moeten leven: een bestaan opbouwen in een cocon van immens verdriet in een in principe vijandig gebleken wereld.

Nee, als de geschiedenis al een moreel kompas kán zijn, dan is het in ieder geval goed dat het één keer per jaar geijkt wordt…

Tilburg e.o.