Volledig scherm
Twee tellende mannen (Guido Stooker en Paul van Wielink), vier kwikdamplampen en een scherm van twee bij drie meter. © Marc Bolsius

Zo onderzoeken ze in Tilburg insecten: in het donker komen ze vanzelf op je af

Allemaal beestjesTILBURG - De zon gaat onder, het licht gaat aan. Het scherm dat wordt opgezet trekt honderden insecten en zes Tilburgse tellers. Een nachtelijk bezoek aan de Hut van Homberg.

Dat is de Abrostola tripartita. Hij laat het potje nog eens door zijn vingers glijden. Zeker weten, zonder aarzeling. In het Nederlands hebben we het dan over het brandnetelkapje, maar daar heeft Henk Spijkers niks mee. Als het over vlinders gaat dan klinken uit zijn mond uitsluitend Latijnse benamingen. Honderden soorten, zo uit het hoofd. "Nee, dat is niet moeilijk. Als je het snel uitspreekt, lijkt het een bietje op plat Tilburgs." Er rolt een vette lach over tafel, die stokt in een droge kuch. Tijd om zijn shagje uit zijn mondhoek te halen.

Kaaistoep

Het is deze dinsdagavond donker in natuurgebied de Kaaistoep, ten westen van Tilburg, tegen de A58 aan. Gelukkig mag het licht aan. Dat is nogal essentieel ook. Deze nacht en heel veel andere nachten draait het om licht. Om vier kwikdamplampen van vijfhonderd watt en een wit scherm van twee bij drie meter. Daar komen deze avond niet alleen insecten op af, maar ook vijf mannen. Een heeft zijn dochter achter op de scooter. Ze komen om te kijken, te tellen, te leren, te determineren, te discussiëren. Er mag ook gelachen worden, dat helpt. Het is allemaal al secuur en serieus genoeg daar in de Kaaistoep.

Lees maar eens mee als rond twee uur het licht weer uitgaat en de balans wordt opgemaakt. Bij een lichte bewolking, een temperatuur van circa 11,4 graden en een relatieve luchtvochtigheid van 88 procent zijn onder meer 134 eikenprocessierupsvlinders, 45 pinokkiomotten, 9 peperenzoutvlinders, 4 Turkse uilen, een doornmestkever en een eikelboorder geturfd. Die laatste leent zich voor wat hilariteit. Mannen onder elkaar; dochter Nadia (16) was net even tellen.

Insectenfanaten

De Hut van Homberg: je zou het zomaar een hangplek kunnen noemen. Wel een bijzondere. Een rommelig en sober ingerichte werkloods op de droge zandgrond van de Kaaistoep, met wat zomereiken op een rijtje. Minstens twee keer per week schuift aan de formicatafel een gezelschap insectenfanaten aan. Op die tafel: een loep, een verrekijker en boeken als de veldgids Nachtvlinders en The colour identification guide to moths. Deze avond vormen Paul van Wielink (71), Henk Spijkers (59) en Guido Stooker (63) de vaste kern. John Snoeren, die in de Kaaistoep de vogels ringt, zijn dochter Nadia - zij wil alles leren over nachtvlinders - en de Tilburgse kunstenaar Martijn de Boer mogen we gerust trouwe volgelingen noemen.

Voormalig biochemicus Van Wielink en natuurmens pur sang Spijkers zijn de vorsers van het eerste uur. Sinds 1995 hebben ze al honderden avonden bij zonsondergang het scherm opgezet en het licht aangeklikt, om rond twee uur de boel weer op te ruimen en huiswaarts te keren. Gekkenwerk misschien, monnikenwerk zeker. Want juist al die duizenden waarnemingen, dat strakke ritme en die vaste tijden leveren goed gedocumenteerd materiaal op. Zo goed dat wetenschappers van de Radboud Universiteit in Nijmegen zich in hun recent gepresenteerde rapport over de opvallende afname van het aantal insecten baseren op de onderzoeken in de Kaaistoep en het Drentse Wijster.

Aandacht

Sindsdien staan ze zelf in het volle licht. Da's wennen. "We krijgen cameraploegen en journalisten over de vloer. Dat is natuurlijk wel leuk, maar het gaat niet om ons. Het mooie is dat er opeens aandacht is voor insecten. Het is gaan leven. Hier op ons scherm zien we al jaren dat de soorten alleen maar afnemen. In Nijmegen hebben ze dat uitgewerkt in statistieken en is ons beeld alleen maar bevestigd", legt Van Wielink uit.

De grijze nestor is de rustige wetenschapper. Met een glimlach rond de lippen stelt hij zijn eigen diagnose: "Je moet wel een beetje idioot zijn om dit te doen. Ik wil nu eenmaal weten hoe het zit met die afname van insecten. En niemand anders doet het."

Kompaan Spijkers is het wat rauwere natuurmens, wars van schoolbanken, alles in de praktijk geleerd. Het verlies van zijn linkerarm - bij een ongeval als kind - maakte hem arbeidsongeschikt, maar niet werkeloos. Wat hem zo geschikt maakt als nachtbraker? "Beetje autistisch, hou het daar maar op."

Al begin jaren 80 spotte hij vlinders in natuurgebieden als De Brand, de Regte Heide en de Drunense Duinen. Toen de Kaaistoep, onderdeel van het waterwingebied van de Tilburgsche Waterleiding Maatschappij, vanaf 1994 werd ontwikkeld als natuurgebied, vroeg de beheerder Spijkers de insectenstand in kaart te brengen. "Het zag er hier nog niet uit, maar ik ben toch blijven hangen en begonnen met alles op papier te zetten."

Ondertussen is hij als het om nachtvlinders gaat de wandelende Wikipedia. Sinds een jaar of vier laaft Stooker zich aan dat hoofd vol kennis en kunde. De voormalige beheerder bij Staatsbosbeheer maakte eerst van zijn hobby zijn werk. Nadat hij was afgekeurd, draaide hij het gewoon weer om. "Ik ben het liefst buiten, met de natuur bezig. Hier in de Kaaistoep, maar ook thuis in mijn tuin in de Reeshof, volg ik insecten."

Piemeltje

Bij het scherm wijst Van Wielink op de eerste vangst van de avond. De leesbril moet op, want het is een minuscuul kevertje. Met het blote oog amper te zien, laat staan te determineren. Als keverspecialist van het gezelschap maakt hij lange uren, gebogen over de microscoop. De kevertjes die hij vangt in zijn zuigbuis gaan een potje met ethylacetaat in. Volgens hem een humane manier om kevers te doden. "Daarna gaan ze in de alcohol, om de gewrichtjes soepel te houden." Het blijkt precisiewerk. "Om vast te stellen om welke soort het gaat, moet je vaak het piemeltje eruit halen. In het begin dacht ik nog: dat ga ik nooit doen." Ondertussen is hij al honderden piemeltjes verder.

Hij stort zich ook al jaren intensief op lieveheersbeestjes en pakt regelmatig kokerjuffers, mieren, wantsen en nog veel meer mee. Snel duidelijk is dat deze dinsdag, met een tot 12 graden dalende temperatuur, niet de avond van het lieveheersbeestje gaat worden.

Volledig scherm
Vier Turkse uilen turfden ze deze avond. Kijk eens hoe klein. © copyright Marc Bolsius

Of iedereen even meekomt naar het rijtje eiken naast de hut. Daar is stroop op de schors gesmeerd en ook dat lokt insecten. In het schijnsel van twee zaklampen toont bijvoorbeeld het karmozijnrood weeskind z'n volle pracht. Ook de kleinere piramidevlinder is ruim vertegenwoordigd. 'Macro's op smeer' heet dat later in de verslaglegging. Juist die zorgvuldig ingevulde Excelbestanden maken het werk van de Tilburgse nachtwachten zo betekenisvol. Spijkers: "Twintig jaar geleden zagen we op een mooie avond tachtig tot honderd soorten op het scherm. Nu zestig en in lagere aantallen." Uit de statistieken van de Radboud Universiteit blijkt een jaarlijkse afname van 3 procent in soorten en aantal. "Natuurlijk fluctueert het ook. Het ene jaar zijn er nu eenmaal meer van de ene soort dan het andere jaar."

In de war

Aan tafel zijn ze het er snel over eens dat de natuur weer behoorlijk in de war is. Pak nu eens het stro-uiltje. Ze zien 'm nauwelijks op het scherm, terwijl er andere jaren tientallen op het licht afkwamen. Als dan de vraag volgt of dat te wijten valt aan de droogte, schudden vier hoofden bijna tegelijk. "Dat is te makkelijk. Om erachter te komen wat de droogte doet voor welke soort, zou je langdurig laboratoriumonderzoek moeten doen", aldus Stooker. Want in de natuur is één en één zelden twee. Daarom is het volgens Spijkers zo belangrijk de stand der insecten in kaart te brengen over een langere periode.

Naar schatting hebben de afgelopen twintig jaar al circa 230 vrijwilligers op een of andere manier onderzoek gedaan in de Kaaistoep. Daarmee zijn deze 450 hectare het best bestudeerde stukje natuur van Nederland. Toch blijft het wat wringen. Wat blijkt: onder natuurspotters zijn insectendeskundigen, of entomologen, zwaar in de minderheid. "Het blijft een klein groepje, terwijl er wel duizenden vogelaars in ons land zijn. Het is bijna omgekeerd evenredig, want er zijn veel meer soorten insecten dan vogels", stelt Van Wielink vast.

Deel 3

Deze krant gaat deze zomer met boswachters, insectentellers, wetenschappers, boeren en burgers op zoek naar antwoorden op vragen als: wordt onze natuurlijke kringloop bedreigd? Wat zijn de oorzaken van de enorme terugloop van het aantal insecten? Hoe erg is dat? En kunnen we het tij nog keren?

Dit keer een nachtelijk bezoek aan de insectentellers van de Tilburgse Kaaistoep.

Het maakt ze alleen maar volhardender daar in die Hut van Homberg. Net als de nachtvlinders zitten ze er volgende week gewoon weer. Slapen kan overdag ook.

Tilburg e.o.