De frietwagen van Frits de Korte mag een jaar lang, iedere zaterdag van vier tot zes uur, in Zijtaart staan.
Volledig scherm
De frietwagen van Frits de Korte mag een jaar lang, iedere zaterdag van vier tot zes uur, in Zijtaart staan. © Philip van den Brand

Commotie in Zijtaart over vergunning frietkraam, café Kleijngeld voelt zich de dupe

ZIJTAART - In Zijtaart snappen ze er niks van dat er een standplaatsvergunning is afgegeven voor een frietwagen. Lokale frietbakker Franc Kleijngeld is er de dupe van.

,,Twee frietjes en een kroket. Zonder zout en mayonaise”, bestelt meneer Van Bakel bij de frietwagen van Frits de Korte. Frietjefrits staat strategisch opgesteld, op de hoek van de Pastoor Clercxstraat en Pater Thijssenstraat, bij de ingang van Zijtaart. Van Bakel had trek in een frietje en wilde het ‘wel eens proberen’ bij de frietkraam. ,,In een café friet halen vind ik niks”, verklaart hij zijn keus om niet naar café-zaal Kleijngeld te gaan. Binnen enkele minuten is zijn bestelling gereed en stapt hij op de fiets. 

Niet heel druk bij de kraam

Het is zaterdagmiddag, tegen half zes, niet heel druk bij de kraam van De Korte. Dat maakt hij wel eens anders mee. ,,In Breugel kom ik al zes jaar. Daar staat altijd een rij voor de wagen.” Natuurlijk heeft de ondernemer uit Aarle-Rixtel iets van de commotie, die zijn komst naar Zijtaart teweeg heeft gebracht, meegekregen. ,,Of ze daardoor mijn kraam links laten liggen? Ik weet het niet. Donderdag heb ik nog vijfhonderd flyers verspreid.” Zijn normale inkomsten, via feesten en partijen, zijn door de coronacrisis weggevallen. Daarop besloot De Korte een standplaatsvergunning bij de gemeente Meierijstad aan te vragen. ,,Ik moet ook geld verdienen. De komende weken bekijk ik of het hier de moeite waard is. Het moet wel wat opleveren.”

Kleijngeld heeft het druk

Een paar honderd meter verderop heeft Franc Kleijngeld van café-zaal Kleijngeld het druk. Met enkele medewerkers werkt hij alle bestellingen weg. Buiten, op het terras voor de zaak, staan vier jongemannen te kletsen. Ze hebben net gevoetbald én zin in een frietje. Dat halen ze natuurlijk bij Kleijngeld. De wachttijd is een uur, maar dat hebben ze er wel voor over. Het viertal snapt er niks van dat er een vergunning is afgegeven voor een mobiele frietwagen. 'Zijtaart is veel te klein voor twee frietpunten.' 

De pijn een beetje verzachten

Kleijngeld beaamt het. ,,Mijn horecazaak is door de coronacrisis dicht. Met het bakken van friet kan ik de pijn een beetje verzachten. Nu geeft de gemeente toestemming aan een frietwagen op het drukste moment van de zaterdag, tussen vier en zes uur. Onbegrijpelijk.” Bezwaar maken haalde volgens Kleijngeld niks uit. ,,Er waren geen weigeringsgronden. Ik had meer begrip voor de eigen ondernemers verwacht. De situatie is door deze crisis toch compleet anders?" 

Ongepast

John van der Sanden, die zijn bestelling komt afhalen, valt Kleijngeld bij. ,,Ik vind het ongepast. Dit is niet het moment om een dergelijke vergunning af te geven." Zoals zoveel dorpsgenoten haalt ook Van der Sanden nu bewust zijn friet bij Kleijngeld. Op sociale media regende het steunbetuigingen aan het adres van de lokale frietbakker. Het doet hem goed. 

Ongelukkig samenloop

De gemeente Meierijstad laat in een reactie weten ‘geen weigeringsgronden’ te hebben. Volgens het standplaatsenbeleid mag er per branche één vergunning in de kleine kernen worden verleend. ,,Ook voor de ambulante handel is dit een moeilijke tijd”, aldus een woordvoerder. De situatie in Zijtaart is volgens haar 'een ongelukkige samenloop van omstandigheden'.