Volledig scherm
Een van de laatste demonstraties tegen de opslag van kernwapens op Volkel in 2015. Ook tijdens de recente Luchtmachtdagen werd door een klein clubje geprotesteerd. © FR076 Van Assendelft Fotografie

GroenLinks Uden wil helderheid over kernwapens op Volkel

UDEN - De fractie GroenLinks in de Udense gemeenteraad wil dat er duidelijkheid komt over de kernwapens die op vliegbasis Volkel liggen. Dat publieke geheim werd vorige week officieel bevestigd door een NAVO-document dat per ongeluk in de openbaarheid kwam. 

In dat document is sprake van zo'n 150 kernwapens die op vijf Europese bases liggen: Kleine Brogel in België, Büchel in Duitsland, Aviano en Chedi-Torre in Italië, Incirlik in Turkije en dus ook in Volkel. Daar zou het gaan om zo'n 20 tot 22 kernbommen. 

De fractie van GroenLinks stelt naar aanleiding van dat nieuws dat ‘Uden en eigenlijk alle mensen in Nederland’ recht hebben op correcte en volledige informatie over de wapens op Volkel. Volgens de partij is er namelijk veel onduidelijkheid: ,,In de media verschijnen veel verschillende berichten over risico’s als militair doelwit, maar ook over de conditie, het vervoer, het stralingsgevaar, de huisvesting en de modernisering van deze wapens. Deze vaak speculatieve berichten maken niet concreet duidelijk wat de aanwezigheid van deze kernwapens daadwerkelijk betekent voor de veiligheid van onze burgers in het dagelijks leven.”

Geen standpunt 

De partij dringt aan op helderheid en vraagt burgemeester en wethouders om daarover in overleg te gaan met de Nederlandse regering, Defensie en de Verenigde Staten. Normaliter geeft het college van B en W binnen zes weken antwoord. In dit geval is dat bijna al te voorspellen. In februari dit jaar stelde de SP namelijk ook al vragen over de kernwapens op Volkel en toen gaf het Udens college aan ‘niet geïnformeerd te zijn of er in onze gemeente kernwapens opgeslagen liggen'. En verder: ,,Het gemeentebestuur van Uden heeft steeds als standpunt ingenomen dat (kern)bewapening geen lokale aangelegenheid is en heeft hierover geen standpunt.”