Volledig scherm
© BD

Een Cruyff Court is een smetteloos kunststof biljartlaken

WAALWIJK - Aan het kille en grijze jaarbegin zoek ik troost en hoop. De feestdagen waren een paracetamolletje dat inmiddels weer is uitgewerkt. Gelukkig passeert ineens een tafereel dat hoop biedt in onzekere tijden. 

Het Cruyff Court vlakbij het RKC-stadion. Wat ik daar zie, brengt me terug naar mijn jeugd in het Besoyen van de jaren zestig. Wij voetbalden er in de Berckenrodelaan of op het verdwenen voetbalveld bij de spoorsloot in wat we toen de Belt noemden. 

De wijk Tuindorp was kinderrijk. Jong zijn was er een feest. We waren Winnetou en Old Shatterhand, Floris en Sindala. Tijdens het voetballen was ik Eusebio. Iedereen wilde immers al Pele zijn. Johan Cruijff was toen nog een soort Frenkie de Jong. 

Een halve eeuw later is Cruijff dood en toch onsterfelijk. Tot zijn nalatenschap behoren Cruyff Courts; de Hollandse ij werd een internationale y. Nummer 14 uit betondorp schonk de tussen steeds minder groen opgroeiende jeugd omhekte veldjes om op te voetballen. Da's logisch, hoor ik hem zeggen. 

Ons hobbelige gras lag vol hondenpoep. Een Cruyff Court is een smetteloos kunststof biljartlaken. Maar dat is niet het grootste verschil. Ik voetbalde indertijd met louter blanke buurjongetjes. Op het Cruyff Court trappen alle kleuren van Nederland tegen de bal. Ook meiden doen mee. Dat hadden wij vroeger nooit toegestaan. Het potje dat ik aanschouw, verloopt zonder wanklank. Ook al lopen er voor zo'n veldje eigenlijk veel te veel kinderen rond en is er geen scheidsrechter. 

Plots besef ik: deze voetballertjes hebben zich in hun wereld nog niet bang laten maken. De hekken staan rond, niet in het veld. 

Om Cruijffiaans te eindigen: de jeugd heeft niet de toekomst, maar de toekomst hun gelukkig wel.