Volledig scherm
. © rgbstock.com

Ernst en Luim speelt ‘Een soort Hades’ in Haarsteeg: fascinerend schouwspel over psychiatrische inrichting

HAARSTEEG - Wat doe ik hier? Menig toeschouwer bekroop in het eerste halfuur dat gevoel bij het aanschouwen van Een soort Hades, geschreven door Lars Norén en in de Steeg in Haarsteeg op de planken gebracht door Ernst en Luim. 

Immers, in dit stuk, dat zich afspeelt in een psychiatrische inrichting, worden de ongeschreven wetten van het toneel met voeten getreden: er is geen route voor het verhaal, dat zich langs allerlei wegen, zijwegen en geitenpaadjes uiteindelijk zijn eindbestemming bereikt: het plot. 

In die inrichting heeft iedereen zijn eigen verhaal. Een doodlopende weg, die telkens weer wordt ingeslagen. De patiënten kunnen niet anders: gefnuikt door het leven, door hun omgeving, door hun onvervulde verlangens hebben ze zich vastgedraaid in hun eigen wereldje. Die van de ander telt niet mee. 

En dat maakt Een soort Hades zo ongemakkelijk om te bekijken - althans het eerste halfuur. Totdat je gaat beseffen: dit is wel degelijk de realiteit, zo is het leven op een gesloten psychiatrische afdeling: er is geen ontwikkeling, het is stilstaand water. Als dat eenmaal is ingedaald, kun je je meer inleven in die dolende mensen. 

Dialogen door elkaar

Soms staan er meer dan twintig mensen op het toneel, zonder dat ze echte aandacht voor elkaar hebben. Hooguit om alleen hun eigen problemen voor de zoveelste keer over het voetlicht te brengen. Dat maakt het spelen hondsmoeilijk, zeker als er dialogen door elkaar gaan lopen. Je balanceert op een koord, één misstap - tekst vergeten, te vroeg of te laat uit de mond laten rollen -, dan zou magie van het spel en de setting onderuit halen. Het gebeurde niet, heel knap. 

Het was voor de cast van Ernst en Luim even slikken toen regisseur Anneke Schröder Een soort Hades wilde opvoeren. Immers, het gebeurt maar zelden - en zeker niet door een amateurgezelschap. De uitdaging werd aangegaan, en dat betaalde zich uit. 

Elk personage kwam volledig en geloofwaardig tot zijn recht. Het leverde een fascinerend schouwspel op. Geen toneelstuk, maar een kijkdoos in een inrichting, waarin wordt geleefd in gestolde tijd. Een tijdloos monument voor Ernst en Luim, die met haar honderdste voorstelling met dit stuk zichzelf én het publiek een fascinerende avond schonk.