Volledig scherm
Een herdenking bij de Kapelsche veer. © Hetty Dekkers

Roep om 'enig respect' voor Duitse slachtoffers Kapelsche Veer

WAALWIJK - 'Jonge militairen van misschien zeventien, achttien jaar. Snotneuzen nog. Zij waren kanonnenvoer van een strijd die geen enkel strategisch doel meer diende. Deze jonge soldaten zijn door een misdadig systeem de dood ingestuurd.’ Het Waalwijkse D66-raadslid Jan van Buul wil maar zeggen: ook de Duitse slachtoffers van de strijd om Kapelsche Veer verdienen aandacht.

Samen met raadslid Frank den Braven van GroenLinksaf wil hij bij de gemeenteraad de discussie aanzwengelen om bij het oorlogsmonument ook de Duitse rol te belichten. Dat kan op zijn vroegst over twee weken. De twee raadsleden willen dat er ‘op gepaste afstand van het oorlogsmonument’ een bord of monument komt voor de Duitse slachtoffers. Zo willen ze recht doen aan beide kanten van de ‘verschrikkelijke menselijke tragedie die heeft plaatsgevonden’.

Naar schatting vielen bij de strijd die van november 1944 tot februari 1945 duurde, ruim 1.200 doden en gewonden. De helft daarvan viel aan Duitse zijde. Tot dusver was bij het oorlogsmonument alleen aandacht voor de geallieerde slachtoffers. Omdat het monument dat vorig jaar was vernield moet worden opgeknapt, is het een goed moment om ook de Duitse kant beter te belichten, vinden de raadsleden.

De Duitse soldaten stonden onder leiding van generaal Kurt Student, die ook betrokken was bij onder meer de inval in Nederland, de luchtlanding op Kreta en operatie Market Garden. De strijd om het bruggenhoofd bij de Kapelsche Veer was aanvankelijk samen met het Ardennenoffensief bedoeld om Antwerpen aan te vallen. Maar toen het offensief was mislukt, gaf generaal Student het bruggenhoofd aan de Bergsche Maas niet op. Uit onderzoek van de Waalwijkse historicus Menni Roitero blijkt dat de generaal zijn manschappen 'frontervaring' wilde laten opdoen. Terwijl de strijd ook voor de geallieerden tot een prestigeproject was verworden.

"De gesneuvelde geallieerden werden later netjes begraven, terwijl dode Duitse soldaten her en der in de stellingen en bomkraters werden gedumpt", zegt Van Buul. ,,Begrijpelijk toen, maar na ruim zeventig jaar is het wellicht tijd om ook de Duitse gesneuvelden enig respect te tonen." Volgens Den Braven was het geen ideologische strijd. "Deze jongens vochten omdat het verplicht was, ze werden naar het front gestuurd."

Dat het voorstel gevoelig kan liggen, weten de raadsleden goed. ,,We willen niemand op zijn hart trappen", zegt Den Braven. Van Buul: "We willen alleen de zinloosheid van de strijd weergeven."

Waalwijk, Heusden e.o.