Volledig scherm
Adrie van der Poel. © ANP

Adrie van der Poel geloofde niet dat zijn zoon gewonnen had: ‘Ik zei: het zal wel’

Adrie van der Poel, in 1990 zelf winnaar in de Amstel Gold Race, maar tegenwoordig De Vader Van, is trots op zijn Mathieu. ,,Er staat maar één woord in zijn woordenboek: winnen.”

Door Pim Bijl

In de finishstraat in Berg en Terblijt had Adrie van der Poel de camper opgezocht om de laatste kilometers te bekijken. Op de televisie daar zat twee minuutjes vertraging. Buiten barstte al een volksfeest los, maar pa had nog niets door. ,,Dus iemand kwam al naar binnen en zei dat ie had gewonnen. Ik zei: ja, ja, tuurlijk, het zal wel.”

Even later zag hij na een sensationele laatste kilometer inderdaad zijn zoon winnen. ,,Het enige wat ik toen eigenlijk zei: wat een mafkees.”

Adrie, glunderend: ,,Dit is uniek. Ik vraag mij wel eens af of wij allemaal beseffen hoe ongebruikelijk dit is. Ik besef het wel, want ik werk al zo lang met hem samen. Er staat maar één woord in zijn woordenboek: winnen.”

Onderweg gaf Adrie zijn zoon bidonnetjes. ,,Ik reed naar de aankomst toe en dacht: ik kan nog een extra keer gaan staan voor een extra bidonnetje. Toen werd er vanuit de ploeg gezegd: maak dat je hem niet mist. Toen wist ik wel dat hij in orde was.” Lachend: ,,Het bidonnetje zal hebben geholpen, maar het zullen vooral zijn benen zijn geweest.”

Hij zag zijn zoon de voorbije weken, in zijn eerste klassieke campagne op de weg, al indruk maken, met als uitschieters de zeges in Dwars door Vlaanderen en de Brabantse Pijl. ,,Het is een uniek voorjaar. Dat was het al. Maar ik denk dat hij vandaag bewijst dat hij ook zware koersen aan kan. Dit getuigt van zijn grote motor.”

Als vader ziet hij de aandacht rondom zijn zoon met de week groter worden. ,,Het is bij ons al vijf weken een gekkenhuis. Maar volgens mij gaat hij daar goed mee om. Daar ben ik blij om. Maar hij zal wel blij zijn als hij zich nu even kan terugtrekken.”

Adrie had direct na de finish zijn emoties onder controle. ,,Het is niet zo dat ik hier loop te janken.” Trots deed hij zijn verhaal, op zo’n driehonderd meter van het podium waar zijn zoon op zou worden gehuldigd. Een kijkje nemen ging hij niet. ,,Ik zie hem vanavond wel.”

Mathieu van der Poel na ongelofelijke winst: Ik begon maar gewoon met sprinten