Volledig scherm
© Archief ANP

Buitenlandse studenten zorgen voor groter tekort op kamers

De woningnood blijft de komende jaren ook onder studenten hoog. In acht jaar wordt een bescheiden groei verwacht van het aantal studenten, maar op universiteiten stijgt het aantal studenten veel harder. Omdat daar veel buitenlandse studenten bij zitten, is de druk op de woningmarkt extra groot.

Logisch, want Nederlandse studenten kunnen grotendeels nog bij ouders of verzorgers blijven wonen. Dat doen ze dan ook in groten getale, bleek al eerder uit onderzoek van Centraal Bureau Statistiek.

De druk op de woningmarkt in studentensteden komt vooral door de stijging van het aantal studenten dat wetenschappelijk onderwijs volgt (16 procent). Het totaal aantal studenten groeit de komende acht jaar met slechts 1 procent, zo blijkt uit de vandaag verschenen Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2019 van Kences.

Werving in het buitenland

In de afgelopen acht jaar is het aantal studenten met 112.000 toegenomen, tot bijna 700.000 in totaal. In de toekomst vlakt dat sterk af door een verwachte daling van het aantal hbo-studenten. Er is echter nog wel sprake van een groeiend aantal studenten aan de universiteiten: 46.000 studenten méér in acht jaar tijd. Nederland werft actief studenten in het buitenland, met name om de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden te bedienen. Inmiddels is op universiteiten één op de vijf studenten niet-Nederlands. 

Uit ander onderzoek blijkt dat in de twintig Nederlandse studentensteden nog minstens tot het studiejaar 2025-2026 zo’n 43.000 kamers te weinig zijn. De problemen zijn het grootst in Den Haag, Rotterdam, Haarlem, Den Bosch, Amsterdam en Utrecht. Ondanks een vorig jaar opgesteld ‘Actieplan Studentenhuisvesting’ blijft de situatie in sommige steden nijpend. Enkele gemeenten voelen zich genoodzaakt ‘onorthodoxe noodmaatregelen’ te treffen voor ‘piekopvang’, zo schreef de minister. Zo werden internationale studenten soms zelfs opgevangen op campings. 

Informeel zoeken

Toch lukt het meestal wel binnen drie of vier maanden om een kamer te vinden. Volgens Kences is de woningmarkt voor studenten heel anders dan die voor ‘normale’ huizen. Het vinden van woonruimte is informeler via familie, vrienden, social media en verenigingen. Voor buitenlandse studenten is dat anders omdat ze vaak nog geen sociaal netwerk hebben. Die zijn genoodzaakt bij studentenhuisvesting of een woningcorporatie aan te kloppen. 

Interessant is dat Kences ten opzichte van vorige jaren het aantal uitwonende studenten heeft moeten corrigeren. Sinds de afschaffing van de basisbeurs hebben studenten geen financiële prikkel meer om zich in te schrijven bij de gemeente als ze op kamers gaan. 7 procent van de thuiswonende studenten blijkt na onderzoek eigenlijk uitwonend te zijn.